Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken
De KNAW-instituten horen thuis in de voorhoede van het (internationaal) wetenschappelijk onderzoek. Daarvoor zijn, naast wetenschappelijke excellentie, flexibiliteit, onafhankelijkheid en focus belangrijke factoren. De Strategische Agenda 2010-2015 benoemt de prioriteiten van het institutenbeleid.
De KNAW hecht groot belang aan de bijdrage die haar instituten leveren aan het fundamenteel onderzoek, maar ook kennisbenutting krijgt veel aandacht. Voor de periode 2010-2015 zijn de volgende prioriteiten bepaald:
Sleutelbegrippen voor de geesteswetenschappelijke KNAW-instituten zijn clustering, schaalvergroting en technologiestimulering. De KNAW wil haar geesteswetenschappelijke instituten en DANS in Amsterdam bijeenbrengen op de campus van de UvA. Tegen de achtergrond van deze schaalvergroting wordt de ontwikkeling en het gebruik van geavanceerde informatietechnologie gestimuleerd. De instituten participeren in de e-Humanities Groep van de KNAW, bedoeld als permanente werkplaats voor technologische vernieuwing in de geesteswetenschappen. Door methodologische vernieuwing moet het mogelijk worden in op zich onafhankelijke databestanden patronen en verbanden te ontdekken – patronen en verbanden die nieuwe inzichten opleveren in de aard en het verloop van maatschappelijke processen en die onderzoekers in staat stellen nieuwe oplossingsrichtingen te ontwikkelen voor maatschappelijke vraagstukken als migratie, demografische ontwikkelingen, sociale cohesie en dynamiek, culturele diversiteit en grootschalig geweld.
Het bindende thema voor de levenswetenschappelijke instituten van de KNAW is regeneratie. Zo verwacht het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen (NIN-KNAW) door de ontwikkeling van nieuwe therapieën een doorbraak te realiseren op het gebied van de neuroregeneratie. Het Hubrecht Instituut breidt het stamcelonderzoek uit om zijn internationale positie te consolideren en vervolgens wereldleider te worden op het gebied van de ontwikkelingsbiologie. Het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) concentreert zich op het herstel en behoud van ecosystemen. Het instituut wijdt zich aan de thema’s klimaatverandering en de toekomst van land en water. Het Centraalbureau voor Schimmelcultures (CBS-KNAW), ten slotte, werkt toe naar een internationaal leidende positie op het terrein van genetic resource counseling (fungi).
De komende periode wordt de samenwerking met de universiteiten geïntensiveerd, met behoud van de eigenheid van de KNAW-instituten. Doel is het ontwikkelen van nationale kennisknooppunten. De samenwerking krijgt gestalte in onderzoeksprogramma’s en door het aanstellen van bijzondere en deeltijdhoogleraren vanuit de instituten. De KNAW streeft naar huisvesting van haar instituten in de nabijheid van een universiteit. Dat bevordert de interactie met universitaire onderzoekers en met studenten.
Om meer samenhang, focus en massa te realiseren bevordert de KNAW intensivering van de samenwerking tussen haar geesteswetenschappelijke instituten onderling en met universiteiten. Zij doet dat door gezamenlijke onderzoeksprogramma’s te ontwikkelen. Waar mogelijk leidt dat tot clustering van instituten op een universitaire campus.
Voor de levenswetenschappelijke instituten zet de KNAW naast stamcelonderzoek en ecologie in op het snel aan belang winnende terrein van de neurowetenschappen. In Amsterdam is een uniek samenwerkingsverband ontstaan van de KNAW met de beide Amsterdamse universiteiten en hun universitair medische centra, met steun van de gemeente Amsterdam en de Provincie Noord-Holland, het Spinoza Centrum.
De nieuwbouw voor het NIOO op het terrein van Wageningen Universiteit en Researchcentrum bevordert de samenwerking met de universitaire onderzoekers. Een gezamenlijk expertisecentrum voor bodemecologie ging in 2010 van start. De samenwerking tussen het Hubrecht Instituut en het Universitair Medisch Centrum Utrecht zal er toe leiden dat het instituut een schaalgrootte kan bereiken die ook internationaal concurrerend is. Het CBS speelt een sleutelrol in een samenwerkingsverband over biodiversiteit: het Nederlands Centrum voor Biodiversiteit in Leiden.
De instituten zullen veel aandacht schenken aan kennisbenutting. Kennisbenutting omvat daarbij zowel het vermarkten van kennis als maatschappelijke dienstverlening. Het stimuleren van kennisbenutting geldt nadrukkelijk voor zowel de levenswetenschappelijke instituten als voor de instituten in de geesteswetenschappen en de sociale wetenschappen.
Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken