Echo im 17. Jahrhundert

Ein literarisch-musikalisches Phänomen in der Frühen Neuzeit

Ingen, F.J. van

2002 | 64 pages | ISBN 90-6984-349-8 | free

In de periode tussen 1550 en 1750 waren echo-effecten in de muziek en de literatuur zeer geliefd. In tegenstelling tot de muziek is de literaire echo in het onderzoek verwaarloosd. De voordracht is te beschouwen als opmaat van een internationaal georiënteerd onderzoek en zal de situatie in de Duitse letterkunde van de zeventiende eeuw verkennen. In de theorie van de Duitse barok (de tijd van de 'normpoëtica') werden regels opgesteld waarmee op vaak ingenieuze wijze werd geëxperimenteerd. Het accent ligt – overeenkomstig hun reputatie – op de dichters en theoretici Martin Opitz, Philipp von Zesen, Justus Georg Schottelius en de Neurenbergers Harsdörffer en Sigmund von Birken. Nieuwe perspectieven openen zich wellicht ter attentie van zin en betekenis van de echo, die allerminst slechts een instrument voor speelse geesten was. De echo was in de zeventiende eeuw een belangwekkend fysisch fenomeen, in de literaire echo weerspiegelt zich echter ook een specifiek religieuze opvatting van natuur en mens. In dit werk zullen met beroep op Francis Bacon, Athanasius Kircher en anderen enkele thesen ontwikkeld worden.