Debatreeks Vertrouwen in de wetenschap

Hoge verwachtingen, scherpe eisen

Datum:
11 maart 2014 van 20:00 tot 22:00 uur
Locatie:
Nemo, Oosterdok 2, 1011 VX Amsterdam
Contact:
Telefoon:
070 342 1542
Voeg toe:

Wat verwacht het publiek eigenlijk van de wetenschap? Luisteren wetenschappers en burgers voldoende naar elkaar wanneer het gaat om maatschappelijke vraagstukken? Worden de vragen die in de samenleving leven afdoende door de wetenschap beantwoord? En hoe kan de wetenschap aan de verwachtingen blijven beantwoorden?

In Nederland hebben de meeste mensen veel vertrouwen in de wetenschap, en zijn overtuigd van het belang van wetenschappelijk onderzoek. Maar er is ook ophef over zaken als klimaatverandering en vaccinatiecampagnes, hoge publicatiedruk en door spraakmakende fraudegevallen. Dit roept de vraag op hoe we het vertrouwen in de wetenschap ook in de toekomst hoog kunnen houden.

Op verzoek van het ministerie van OCW organiseren het Rathenau Instituut en de WRR, met medewerking van AWT en KNAW een debatreeks over het thema ’Vertrouwen in de wetenschap’.

Met minister Jet Bussemaker en/of staatssecretaris Sander Dekker van OCW en onder leiding van Anouschka Laheij (dagvoorzitter) en Jan Staman (directeur Rathenau Instituut), discussiëren wetenschappers, maatschappelijke organisaties, belanghebbenden, beleidsmakers en bedrijven tijdens drie debatten over dit thema.

Op zoek naar dilemma’s en gevoeligheden, op zoek naar debat op het scherp van de snede. Met als inzet constructieve samenwerking tussen de partijen en een goed functionerende wetenschap waar iedereen wat aan heeft.

Debat 1: Hoge verwachtingen, scherpe eisen?

Uit regeringsbeleid blijkt dat we hoge verwachtingen hebben van wetenschap en onderzoek, en scherpe eisen stellen. Kan de wetenschap deze verwachtingen waarmaken? Aan de hand van de cases voeding & gezondheid en jeugdcriminaliteit debatteren we deze avond over de verhoudingen tussen wetenschap en samenleving. Hoe onderscheiden we feiten en fabels bij gezonde voeding? Zijn veronderstellingen uit de praktijk over jeugdcriminaliteit getoetst door criminologen? Als wetenschappers het onderling niet eens zijn, wie moeten we dan vertrouwen?