Sprekers en samenvattingen

KNAW-minisymposium Duurzame samenwerking en veerkrachtige samenlevingen

Sommige samenlevingen tonen zich opvallend genoeg veerkrachtiger dan andere als het erom gaat hun sociale welvaart in stand te houden. Een samenleving is veerkrachtig als haar onderdelen – gezinnen, gemeenschappen en organisaties – erin slagen om schokken van buitenaf op te vangen en verval van binnenuit te voorkomen.

Veerkracht vereist samenwerking binnen en tussen deze onderdelen. Maar hoe kom je tot samenwerking, en hoe houd je die in stand? Dit symposium combineert historische, sociologische, psychologische en ethische perspectieven, om meer zicht te krijgen op de rol van duurzame samenwerking in het creëren van veerkrachtige samenlevingen.

Bavel-van-Bas-14315Geschiedenis als laboratorium om duurzame samenwerking beter te begrijpen

Bas van Bavel, hoogleraar transities van economie en samenleving, Universiteit Utrecht

Onze hedendaagse samenleving is niet de eerste die met externe schokken en snelle veranderingen wordt geconfronteerd. Integendeel, samenlevingen worden voortdurend op de proef gesteld door economische crises en ecologische schokken, soms van buitengewone aard. En, alhoewel de concrete uitingsvormen deels verschillen, hebben de zeventiende-eeuwse mondialisering en migratie, of de negentiende-eeuwse industrialisatie, Nederland voor even grote uitdagingen gesteld als de schaalvergroting en technologische innovatie dat nu doen. De geschiedenis biedt zo de mogelijkheid om te onderzoeken waarom sommige samenlevingen zich onder deze schokken veerkrachtig hebben getoond en welke rol samenwerking daarin heeft gespeeld. Ook hebben veerkracht en duurzaamheid een duidelijke tijdsdimensie: ze worden pas zichtbaar wanneer gevolgd over een langere periode, soms zelfs een zeer lange.

De Nederlandse geschiedenis biedt ruime mogelijkheden om de rol van samenwerking in maatschappelijke veerkracht te analyseren. Nederland kende periodes van intensieve, langdurige en succesvolle samenwerking, zoals in de middeleeuwse en vroegmoderne strijd tegen het water, die niet gestuurd werd door de overheid of de markt, maar bestond uit een stabiele samenwerking tussen families, gemeenschappen en organisaties, die daarbij op hun beurt samenwerkten met en gebruik maakten van overheid en markt. Hierin lijkt evenwicht een grote rol te hebben gespeeld: een balans tussen verschillende systemen en gelijkwaardigheid tussen verschillende actoren.                                                                                      

Rafael WittekDuurzame samenwerking: de sleutel tot een veerkrachtige samenleving?

Rafael Wittek, hoogleraar sociologie, Rijksuniversiteit Groningen

Veerkrachtige samenlevingen vereisen duurzame samenwerking. Maar wat verstaan we precies onder duurzame samenwerking? Waarom zijn duurzame samenwerkingsrelaties zo belangrijk? Hoe komen zij tot stand, en waardoor worden zij bedreigd? Wie heeft er baat bij? Soms is het de uitdaging de samenwerking in stand te houden, ondanks veranderende omstandigheden. Maar soms is de bestendigheid van een bestaande samenwerkingsrelatie juist een factor die veerkracht van de samenleving vermindert, omdat het noodzakelijke aanpassing aan veranderende omstandigheden belemmert. Ondanks de grote wetenschappelijke interesse in de totstandkoming van samenwerkingsrelaties is er nog weinig bekend over de manier waarop deze bijdragen aan de veerkracht van de samenleving of deze juist belemmeren, en welke mechanismes daarbij een rol spelen. Deze presentatie verkent het fenomeen van duurzame samenwerking en zijn rol voor een veerkrachtige samenleving.

Ellemers-Naomi-11680Duurzame inzetbaarheid op het werk

Naomi Ellemers, universiteitshoogleraar Universiteit Utrecht

De afstemming van werkzaamheden tussen personen in organisatieverband vormt een belangrijke vorm van samenwerking waar veel mensen mee te maken hebben. Met de inzet van flexwerk en telewerk zijn er tegenwoordig meer variaties mogelijk in de manier waarop deze samenwerking gestalte krijgt. Maar deze nieuwe werkvormen worden ook ingezet door de ‘gulzige’ organisatie, die verwacht dat mensen buiten kantoortijden voor het werk beschikbaar zijn. En nog steeds zien we dat ‘de menselijke factor’ in de vorm van falend leiderschap, arbeidsconflicten, of pesten op het werk, de arbeidsproductiviteit bedreigt, en op lange termijn kan leiden tot verzuim, burn-out en arbeidsongeschiktheid. Pogingen om werknemers te motiveren tot een betere samenwerking en het leveren van goede prestaties, zijn er vaak op gericht de onderlinge afhankelijkheid van personen te benadrukken, of beter zichtbaar te maken welke gevolgen de kwaliteit van de samenwerking heeft voor hun eigen inkomen of professionele loopbaan. Op de korte termijn kan dit helpen om te zorgen dat mensen zich inzetten om individuele of gezamenlijke doelen op het werk te bereiken. Maar als de relaties op het werk moeizaam verlopen, kan een intensivering van de samenwerking juist tot escalatie van problemen leiden. En als de inzet op het werk ten koste gaat van de beschikbaarheid voor belangrijke activiteiten binnen het gezin (mantelzorg) of de bredere gemeenschap (vrijwilligerswerk) is het maar de vraag of deze vorm van samenwerking duurzaam is, of bijdraagt aan een veerkrachtiger samenleving. Als we willen dat mensen op lange termijn in het arbeidsproces inzetbaar blijven, is het daarom belangrijk hen vanuit het werk ook ruimte te bieden voor activiteiten in andere levensdomeinen die hen helpen hun veerkracht te behouden, zoals hun rol in het gezin, of in de (etnische) gemeenschap.

Hees-van-Martin-14314De ethiek van duurzame samenwerking

Martin van Hees, hoogleraar ethiek, Vrije Universiteit Amsterdam

Om te kunnen spreken van duurzame samenwerking moet de samenwerking niet eenmalig zijn en moet die een zekere resistentie hebben tegen interne of externe druk: een incidentele markttransactie is geen voorbeeld van duurzame samenwerking, en het buurtinitiatief dat na een enthousiast begin snel verwaterde is dat evenmin. Hoewel het dus gaat om samenwerking die over een langere periode standhoudt, is dat nog niet voldoende om van duurzaamheid te kunnen spreken; de samenwerking binnen een criminele organisatie is niet duurzaam, zelfs niet als de organisatie een lange geschiedenis heeft. Noodzakelijk is ook dat de samenwerking waardevol is. Dat betekent dat duurzaamheid geen neutraal begrip is. Maar wanneer is samenwerking waardevol? Welke waarden zijn er precies in het geding en welke relatie is er tussen die waarden en het streven naar een veerkrachtige samenleving?