Sprekers en samenvattingen

KNAW-symposium De toekomst van windenergie

Sprekers uit wetenschap en industrie kijken op 3 april 2017 naar de bijdrage van windenergie aan de transitie naar duurzame energievoorziening.

Opening en inleiding

Mick Eekhout, emeritus hoogleraar productontwikkeling in de architectuur, TU Delft

Mick Eekhout (1950), TU Delft, is architect en stichtte in 1983 het ontwerpbureau en productiebedrijf Octatube in Delft. Hij werkte sinds die tijd aan innovaties op het gebied van complexe draagconstructies en glasconstructies, zoals de Glazen Muziekzaal in de Beurs van Berlage, de nieuwe entree van het Van Goghmuseum in Amsterdam en de kabelnetgevels van de Markthal in Rotterdam. Eekhout is sinds 1991 hoogleraar productontwikkeling in de architectuur aan de TU Delft en sinds 2003 lid van KNAW en de Academy of Technology & Innovation (AcTI). De afgelopen drie jaar organiseerde hij verschillende KNAW-minisymposia over bouwgerelateerde onderwerpen. In dit minisymposium verbindt hij de werelden van academie en industrie, als initiatiefnemer en moderator.

Het net op zee: van dichtbij naar een multi-nationaal windenergie-eiland

Mel Kroon, CEO TenneT, beheer elektriciteitsnet Nederland, AcTI-lid

De transitie naar een meer of zelfs volledig duurzame elektriciteitsvoorziening kan niet zonder grote hoeveelheden zonne-energie. Zon is er echter niet altijd in overvloed en dus is windenergie ook nodig, opnieuw in grote volumes. De opbouw van windparken op zee vindt op dit moment nog plaats op locaties die relatief dicht bij de kust liggen. Landen sluiten windparken veelal met individuele kabels aan op het elektriciteitsnet aan land. Maar vanwege de enorme benodigde elektriciteitsproductiecapaciteit aan windmolens zullen de kustlocaties vol raken. Mel Kroon laat zien hoe aan de ontwikkeling van grootschalige windenergie op zee tussen nu en 2050 op een slimme, efficiënte en reële manier vormgegeven kan worden. Internationale samenwerking speelt daarbij een cruciale rol.

Mel Kroon (1957), CEO TenneT, studeerde lucht- en ruimtevaarttechniek aan de TU Delft. Hij werkte lange tijd bij Fokker Aircraft en werd daarna algemeen directeur van Hooge Huys Verzekeringen. In 1999 werd hij benoemd tot vicevoorzitter hoofddirectie bij SNS Reaal. Sinds 2002 is hij CEO van TenneT, de beheerder van het gehele Nederlandse en een aanzienlijk deel van het Duitse hoogspanningsnet. In zowel Nederland als Duitsland is TenneT ook netbeheerder op zee: elektriciteit die is opgewekt in offshore windmolenparken wordt via netaansluitingen naar het net op land getransporteerd. Mel Kroon is momenteel ook commissaris bij Coöperatie VGZ, Havenbedrijf Rotterdam en Koole Terminals.

De werking van moderne windturbines

Kees Versteegh, CTO XEMC-Darwind

Moderne windturbines zijn steeds meer een bekend verschijnsel in het landschap, en ze zijn bovendien een belangrijk element in de transitie naar duurzame energie. De werking lijkt eenvoudig: de energie in de wind wordt onttrokken door een rotor die een generator aandrijft en de vervolgens opgewekte elektriciteit wordt ingevoerd op het elektriciteitsnet. Toch zijn niet alle molens hetzelfde. Behalve dat de rotordiameter kan variëren van één meter tot honderdtachtig meter, kan ook het aantal bladen verschillen; de as van rotatie kan zowel verticaal als horizontaal zijn, of zelfs afwezig. Kees Versteegh laat zien wat er nodig is om windenergie op een betrouwbare manier om te zetten in elektriciteit.

Kees Versteegh (1955), CTO XEMC-Darwind, heeft bijna veertig jaar ervaring in de windenergie- en windturbine-industrie. Hij is werktuigbouwkundig ingenieur en ontwikkelde windmolens voor watervoorziening in ontwikkelingslanden. Ook werkte hij mee aan meerdere onderzoeken naar windenergie in de Kaapverdische eilanden, Angola, Tunesië en Sri Lanka. Na verschillende functies bij Nederlandse windturbinefabrikanten en adviesbureaus begon hij zijn eigen bedrijf, VWEC, dat in 2010 werd overgenomen door de XEMC-groep uit China. Sindsdien is hij technisch directeur van XEMC-Darwind, een Nederlands adviesbureau dat exclusief voor het Chinese moederbedrijf werkt. XEMC-Darwind behoort tot de grootste leveranciers van turbines voor de opwekking van windenergie op land en op zee.

Offshore windparken: “We zijn nog maar net begonnen”

Edwin van de Brug (1966), regiomanager Van Oord Offshore Wind Projects

Het eerste windpark met ‘natte voeten’ werd in 1991 geïnstalleerd in Denemarken. Eind 2016 waren er in Europa 81 offshore windparken gebouwd met een totaal van 3.589 windturbines. Edwin van de Brug zal laten zien welke ontwikkelingen hebben plaatsgevonden in deze relatief korte periode, zowel in de omvang van turbines en hun componenten, maar ook in de bouw van specifieke installatieschepen. Hij kijkt daarbij naar de toekomst: naar de verwachte technische ontwikkelingen en de consequenties van het opschalen van offshore windenergie.

Edwin van de Brug (1966), regiomanager Van Oord Offshore Wind Projects, is sinds 2001 actief in offshore windenergie. Hij studeerde civiele techniek aan de Hogeschool Utrecht. Daarna werkte hij lange tijd bij Ballast Nedam als projectmanager en commercieel manager. Sinds 2015 is hij regiomanager bij Van Oord Offshore Wind Projects, dat Ballast Nedam Offshore heeft overgenomen. Hij neemt deel aan nationale en internationale onderzoeksprogramma’s naar windenergie op zee, zoals DOWEC, WE@SEA, FLOW, Euros, Kriegers Flak en Carbon Trust.

Toekomstverwachtingen en onderzoeksuitdagingen in windenergie

Gijs van Kuik (1951), hoogleraar windenergie TU Delft

Moderne windturbines hebben zich in veertig jaar tijd ontwikkeld van doe-het-zelf-machines naar de grootste draaiende machines op aarde, toegepast in windcentrales op zee. Het zal niet lang meer duren voordat windenergie zich zonder subsidie op de commerciële markt kan meten met fossiel opgewekte elektriciteit. In deze lezing zal Gijs van Kuik ingaan op de mogelijkheden van windenergie bij verdere ontwikkeling en de onderzoeksuitdagingen die daarmee gepaard gaan. Onlangs zijn deze ‘R&D Challenges’ op elf voor windenergie relevante terreinen gepubliceerd, van meteorologie tot maatschappelijke vraagstukken. Van Kuik zal deze onderzoeksvragen en hun samenhang bespreken.

Gijs van Kuik (1951), hoogleraar windenergie TU Delft, is één van de eerste onderzoekers van windenergie aan de TU Delft, waar hij afstudeerde in lucht- en ruimtevaarttechniek en promoveerde op de aerodynamica van windenergie. Vanaf 1988 werkte hij bij Stork Product Engineering, waar hij windenergietechnologie ontwikkelde voor windturbineproducenten. Daarna keerde hij terug naar de TU Delft en werd benoemd tot professor in windenergie en tot wetenschappelijk directeur van Delft University Wind Energy Research Institute (DUwind). In 2009 was hij voorzitter van de European Academy for Wind Energy. In december vorig jaar nam hij na veertig jaar afscheid van de TU Delft. In zijn afscheidsrede noemt hij windenergie op zee één van de belangrijkste pijlers van duurzame energievoorziening van de Noordzeelanden in 2050.

2050: An Energetic Odyssey Revisited

Dirk Sijmons (1949), hoogleraar landschapsarchitectuur TU Delft

Het project 2050: An Energetic Odyssey is onderdeel van de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam 2016 en heeft als doel te tonen dat windenergie in 2050 een werkelijk substantiële bijdrage kan leveren aan energievoorziening in de Noordzeelanden. Dit project is oorspronkelijk gestart met partners Port of Rotterdam en Van Oord, maar door de bijzondere setting van de biënnale zijn ook partijen als Shell en Natuur & Milieu erbij betrokken geraakt. De resultaten van het project zijn tijdens het Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie aan de Europese Ministers van Energie getoond. In zijn lezing blikt Sijmons terug op het werkproces en analyseert hij de rol die ontwerpend onderzoek erin speelde. Hij staat kort stil bij het vervolg dat 2050: An Energetic Odyssey krijgt in de verdere nationale en internationale beleidsvoorbereiding.

Dirk Sijmons (1949), hoogleraar landschapsarchitectuur TU Delft, studeerde bouwkunde in Delft. In 1990 was hij één van de oprichters van H+N+S Landschapsarchitecten, die in 2001 de Nationale Prins Bernhard Cultuurprijs kregen uitgereikt. Sijmons heeft verschillende boeken over landschapstheorie geschreven, waaronder Landkaartmos (2002) en Een plan dat werkt (2006). In 2002 ontving hij de Rotterdam-Maaskantprijs voor zijn bijdrage aan het nationale landschapsdebat en in 2007 de prestigieuze Edgar Donckerprijs. Van 2004 tot 2008 was hij Rijksadviseur voor het Landschap en van 2011 tot 2015 professor Landschapsarchitectuur aan de TU Delft. Hij cureerde de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam (IABR) van 2014. Zijn nieuwste boek is Landschap en Energie. Ontwerpen voor transitie (2014).