Op uitnodiging

Twaalfde KNAW-Dispuutsavond

Datum:
10 november 2014 van 18:00 tot 21:30 uur
Locatie:
KNAW, Het Trippenhuis, Kloveniersburgwal 29, 1011 JV Amsterdam
Contact:
Telefoon:
020 551 0987
Voeg toe:

Bijeenkomst op uitnodiging voor leden van de KNAW, De Jonge Akademie en de Akademie van Kunsten

Dispuutsavond

Deelname

Elk dispuut biedt plaats aan maximaal 12 deelnemers. Deelname geschiedt op volgorde van aanmelding. De dispuutsavond is een besloten bijeenkomst voor leden van de KNAW, De Jonge Akademie en de Akademie van Kunsten.

De volgende onderwerpen en vragen komen aan de orde tijdens deze KNAW-Dispuutsavond.

Dispuut 1

Utopie en het streven naar volmaaktheid

Inleidingen door Henk Barendregt (Informatica, Wiskunde) en Christoph Lüthy (Geschiedenis en filosofie van natuurwetenschappen en techniek).

Barendregt_Henk_3833_jpegHenk Barendregt
Vanuit inzichtsmeditatie gezien is de utopie van een leven zonder leed bereikbaar door onheilzame conditioneringen te herprogrammeren. Dit gaat wel gepaard met tijdelijke existentiële angsten omdat wij aan het ballast dat wij moeten afwerpen gehecht zijn.


Luthy-Christoph-14313Christoph Lüthy
Het word ‘utopie’ betekent letterlijk ‘niet-plaats’. Thomas More verzon dit woord in 1516 als naam voor een imaginair eiland. Sindsdien wordt het woord tenminste in twee betekenissen gebruikt: het benoemt óf een nog niet bestaande, maar mogelijke toekomstige situatie, waarnaar we zouden moeten streven; óf anders een toestand die in deze wereld onmogelijk te bereiken is. Het gaat in beide gevallen over toekomstscenario’s. Omdat het menselijke denken noodzakelijkerwijs over de toekomst gaat, wordt het vraagstuk over utopieën tevens een vraagstuk over het gehalte van onze individuele en collectieve toekomstbeelden.

Dispuut 2

Focus op persoonskenmerken: Weerstand tegen situationele verklaringen in de wetenschap

Inleidingen door Naomi Ellemers (Psychologie, Sociale omstandigheden) en Jim van Os (Psychiatrie, medische psychologie)

Naomi EllemersNaomi Ellemers
Veel wetenschappelijke verklaringen van menselijk gedrag richten zich op factoren die in de persoon zijn gelegen (genetische aanleg, persoonlijkheid, competenties). Een beter begrip van omgevingsfactoren en hoe deze persoonlijke gedragingen kunnen beïnvloeden geeft wellicht meer aanknopingspunten voor het optimaliseren van individuele inspanningen en collectieve uitkomsten.

Jim van OsJim van Os
Steeds meer jonge mensen worden als psychisch ziek bestempeld in een 'sick care' model van geestelijke gezondheidszorg die weinig oog heeft voor de macro- en micro-omgevingsinvloeden die impact hebben op ervaring en gedrag. Het dominante 'verklarende' paradigma is dat van het 'besturende brein' ten faveure van de rol van persoonlijke keuzes en externe omstandigheden. Waarom zijn situationele verklaringen zo weinig populair in de klinische neurowetenschap?

Dispuut 3

Helpen nulresultaten de wetenschap net zo hard vooruit als verwachte effecten?

Inleidingen door Marian Bakermans-Kranenburg (Gezin en relaties, Pedagogiek) en Eric Opdam (Fourieranalyse, Algebra, Functies, Meetkunde)

Veel wetenschappers delen de ervaring dat significante resultaten makkelijker worden gepubliceerd dan nulresultaten; we zien dat ook bij meta-analyses terug (publication bias). Ligt daar een fout bij reviewers (die we ook zelf zijn), bij tijdschriften? Helpen nulresultaten de wetenschap net zo hard vooruit als verwachte effecten? Worden bij experimenten alleen 'positieve' resultaten opgeschreven en ter publicatie aangeboden; en als dat geen goede zaak zou zijn, moet er dan wellicht registratie van onderzoek plaatsvinden voordat de data verzameld worden (zoals sommige tijdschriften in de medische hoek vragen)? Of moet wellicht de beoordeling van manuscripten alleen op basis van introductie en methode-secties gebeuren?

Marian BakermansMarian Bakermans-Kranenburg
De beoordeling van ter publicatie aangeboden manuscripten moet op basis van alleen de introductie- en methode-secties gebeuren.



Opdam_Eric_13817Eric Opdam
De beoordeling van kwaliteit en betrouwbaarheid van onverwachte resultaten is een complexe taak. Er bestaan goede redenen om terughoudend te zijn met de publicatie van dergelijke resultaten in traditionele wetenschappelijke tijdschriften.

Dispuut 4

Het gebruik van menselijke embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek

Inleidingen door Annelien Bredenoord (De Jonge Akademie, Geschiedenis en filosofie van de levenswetenschappen) en Sjoerd Repping (De Jonge Akademie, Geneeskunde)

Annelien Bredenoord

Onderzoek met menselijke embryo’s biedt grote voordelen voor de geneeskunde, maar gaat ook gepaard met ethische uitdagingen, onder andere omdat het embryo ten gevolge van het onderzoek verloren gaat. Hoe dit gewaardeerd moet worden hangt af van de morele status die iemand toeschrijft aan het vroege embryo.
Gegeven de betekenis voor de geneeskunde, de relatieve (toenemende) beschermwaardigheid van menselijke embryo's en de uitgebreide en zorgvuldige regelgeving, is het gebruik van menselijke embryo’s voor onderzoek mijn inziens ethisch aanvaardbaar.

Sjoerd Repping

De menselijke embryo’s die gebruikt worden voor onderzoek binnen de voortplantings- en/of regeneratieve geneeskunde zijn één tot zes dagen oud en bestaan uit maximaal tweehonderd cellen. Of en hoe deze embryo’s gebruikt mogen worden voor onderzoek zou enkel en alleen bepaald moeten worden door paren die ze zouden willen doneren.

Inschrijven

U kunt zich inschrijven via het aanmeldformulier. Uw inschrijving ontvangen wij graag voor 31 oktober 2014.