Geestelijke diëtetiek in de vroegmoderne tijd

Lezing door prof. dr. mr. G.C.A.M. (Giel) van Gemert, hoogleraar Duitse letterkunde en cultuur van de Duitstalige landen aan de Radboud Universiteit Nijmegen

Samenvatting

De geestelijke diëtetiek is voor wat de vroegmoderne tijd betreft een intrigerende categorie van de toenmalige geestelijke gebruiksliteratuur. Ze laat zien, hoezeer deze laatste vaak internationaal en interconfessioneel werd gerecipieerd en een concrete functionaliteit wist te verwerven. Ze ontwikkelde een alomvattende gezondheidsleer binnen een metafysisch kader, waarbij ze de mens medisch benaderde vanuit een theologisch perspectief. Centraal staat in de regel de vraag of en, zo ja, hoe het individu zijn leven kan verlengen. Uitgegaan wordt daarbij veelal, expliciet of meer impliciet, van de zes “res non naturales” uit de Hippocratische traditie; deze worden onder de algemene noemer van de matigheid gebracht, die in christelijk-morele zin nader wordt ingevuld. De praktische uitwerking geschiedt echter niet zonder voorbehoud; ze staat of valt met de manier waarop de fundamentele vraag naar de verhouding van menselijke vrijheid en goddelijke voorzienigheid wordt beantwoord: Is de mens - zo vragen de auteurs zich af - überhaupt in staat zijn leven te verlengen, als God de grenzen ervan al bij voorbaat heeft vastgesteld?

In de voordracht zal op deze onderliggende vragen worden ingegaan en daarnaast de ontwikkeling worden geschetst van de vroegmoderne diëtetiek, waarvan de eerste belangrijke exponent de Italiaan Luigi Cornaro (1467-1566) lijkt te zijn geweest, die zijn gezag toch vooral moet hebben ontleend aan het simpele feit dat hij, ondanks een zwakke gezondheid, heel oud werd. Verder staan in de traditie o.a. de Duitse auteurs Hippolytus Guarinonius (1571-1654) en Georg Philipp Harsdörffer (1607-1658), de Zuidnederlandse jezuïet Leonard Lessius (1554-1623) en uit de Republiek o.a. Johan van Beverwijck (1594-1647), Cornelis Bontekoe (1640-1685) en Anna Maria van Schurman (1607-1678). Zij zetten vaak, al naar gelang hun confessionele achtergrond, andere accenten, al handhaven ze de hoofdlijnen.

Vanaf de late zeventiende eeuw groeit de belangstelling met name ook in de Angelsaksische landen waar de traditie tot in de negentiende eeuw blijft voortleven, terwijl deze op het Europese vasteland al aan het einde van de achttiende eeuw steeds verder seculariseert.

Datum lezing: 6 december 2010

icon_audio.gifBeluister deze lezing (mp3)