KNAW-advies over het gebruik van niet-humane primaten als proefdier aangeboden aan Tweede Kamer

19 september 2014

Vandaag wordt het advies ‘Gebruik van niet-humane primaten als proefdier – nut en noodzaak?’ aangeboden aan de Tweede Kamer. In het advies concludeert de KNAW dat voor onderzoek naar infectieziekten en naar hersenaandoeningen apen nodig blijven. Het advies bevat tien aanbevelingen voor verbetering van het onderzoek.

Adviesaanvraag

Mede namens de staatssecretaris van Economische Zaken vroeg de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan de KNAW advies over het gebruik van niet‑humane primaten (‘niet-mensapen’) door Nederlandse wetenschappers. Het gaat daarbij om resusapen, java-apen en marmoset-apen. In Nederland worden ongeveer 1600 apen gehouden voor wetenschappelijk onderzoek, circa 1500 waarvan bij het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) in Rijswijk. Per jaar worden circa 400 apen ingezet voor wetenschappelijk onderzoek.

Aanleiding

Conform advies van de KNAW besloot het kabinet in 2002 dat apen uitsluitend als proefdier mochten dienen voor a) een beperkt aantal onderzoeken waarbij b) geen alternatief beschikbaar was. Deze apen mochten bovendien niet uit het wild komen. Proeven met mensapen, zoals chimpansees, werden verboden. Medio 2013 vroeg de Tweede Kamer de staatssecretaris van Economische Zaken hoe het inmiddels met het apenonderzoek staat. Dat leidde in augustus 2013 tot een adviesaanvraag aan de KNAW.

Werkwijze

Een commissie onder voorzitterschap van professor Stan Gielen, hoogleraar biofysica aan de Radboud Universiteit Nijmegen, voerde gesprekken met onderzoekers, met vertegenwoordigers van instellingen die proeven met apen doen en met kritische maatschappelijke groeperingen. Verder bezocht de commissie de vier onderzoeksfaciliteiten in Nederland die met apen werken.

Advies

De commissie concludeert dat apen nodig blijven voor onderzoek naar infectieziekten en naar hersenaandoeningen. Ook kunnen de aantallen apen die voor dit onderzoek worden ingezet,  niet substantieel worden gereduceerd. Voor het testen van de veiligheid van bepaalde (biologische) geneesmiddelen zijn echter géén apen nodig – een constatering die vooral relevant is in Europees verband omdat in Nederland weinig van die medicijnen op apen worden getest. De commissie doet tien aanbevelingen die verbeteringen ten opzichte van de huidige situatie kunnen opleveren:

  • Alle apen die worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek moeten voortaan van het Biomedical Primate Research Centre (BPRC) in Rijswijk komen, dus geen import.
  • De drie overige onderzoeksinstellingen waar apen worden gebruikt moeten met het BPRC afspraken maken voor de lange termijn, om het totale aantal apen te kunnen beperken.
  • Het BPRC moet de verzorging en de medische handelingen van alle Nederlandse apen bij onderzoeksinstellingen coördineren.
  • Er zijn minder apen nodig als het BPRC geen wetenschappelijk onderzoek meer doet voor externe partijen, zoals bedrijven. Daarvoor moet het BPRC wel financieel gecompenseerd worden opdat het instituut de (goede) huisvesting en verzorging in stand kan houden.
  • De overheid moet zich in internationaal verband inzetten om de richtlijnen die voorschrijven dat bepaalde medicijnen op apen wordt getest te doen aanpassen. Die tests hebben in een aantal gevallen geen toegevoegde waarde.
  • Het BPRC en het Erasmus Medisch Centrum moeten hun onderzoek naar infectieziekten beter met elkaar afstemmen.
  • Het Nederlands Herseninstituut en de Radboud Universiteit Nijmegen moeten hun hersenonderzoek beter op elkaar afstemmen.
  • Subsidieorganisaties als NWO en ZonMw moeten geld beschikbaar stellen om de resultaten van apenonderzoek systematisch tegen het licht te houden. Dat levert inzicht in de vraag of onderzoek met apen nog steeds de enige en beste manier is. Dat onderzoek draagt ook bij aan meer transparantie over nut en noodzaak van onderzoek met apen.
  • De organisaties die met apen werken moeten regelmatig aan de overheid en aan het brede publiek toelichten waarom ze nog steeds apen gebruiken.
  • De ontwikkeling van alternatieven voor onderzoek met apen moet door de overheid worden gestimuleerd.

Voor meer informatie

Een pdf van het advies is te downloaden van de website van de KNAW. Van het advies is ook een publiekssamenvatting gemaakt.