Aandacht nodig voor fricties in wetenschappelijk talentbeleid

25 april 2013

Nederlandse universiteiten leunen bij talentselectie sterk op externe beoordelingen, zoals de toekenning van NWO-beurzen. De formele selectiecriteria die daarbij gehanteerd worden komen echter niet overeen met de (bredere) opvatting van talent die onderzoekers op de werkvloer hanteren.

Dit leidt tot fricties, concludeert het Rathenau Instituut in het vandaag uitgebrachte rapport Talent Centraal; ontwikkeling en selectie van wetenschappers in Nederland.  
 
De wetenschap drijft op menselijk kapitaal. Aan de Nederlandse universiteiten is daarom steeds meer aandacht voor talentbeleid: het scouten en ontwikkelen van wetenschappelijk talent. Uit de analyse van het Rathenau Instituut blijkt echter dat er een spanning is tussen de talentopvatting van onderzoekers zelf en die van formele selectieprocedures. In formele selectieprocedures ligt de nadruk op productiviteit en bewezen kwaliteit. In het wetenschappelijk onderzoek wordt talent veel meer herkend aan dagelijkse academische vaardigheden en persoonlijke eigenschappen zoals ambitie en motivatie.
 
Het Rathenau Instituut vraagt aandacht voor de fricties die daarmee zijn ontstaan in het carrièresysteem. Zo is de functie van de Vernieuwingsimpuls onbedoeld verbreed van selectie-instrument voor toptalenten tot een beoordelingsinstrument voor alle jonge wetenschappers. Individuele onderzoekers moeten zich al vroeg conformeren aan de formele criteria en ontwikkelen daardoor te weinig competenties voor andere functies, ook buiten de wetenschap.
 
Met Talent Centraal geeft het Rathenau Instituut betrokkenen in de universitaire sector - beleidsmakers, bestuurders en politici - inzicht in de talentontwikkeling en -selectie van academici. Daartoe is onderzocht hoe het huidige systeem van talentselectie in de Nederlandse academische organisatie uitwerkt voor de drie centrale spelers: de universiteit als werkgever, de (jonge) onderzoeker als werknemer en NWO als leverancier van persoonsgerichte beurzen. Doel is om bij te dragen aan de discussie over de vraag wat wetenschappelijk talent inhoudt en hoe dit kan worden opgespoord en verder ontwikkeld.

Publicatie

Arensbergen, P. van, L. Hessels & B. van der Meulen (2013) Talent Centraal; Ontwikkeling en selectie van wetenschappers in Nederland. Den Haag: Rathenau Instituut. - 94 p. 

Het Rathenau Instituut stimuleert de publieke en politieke meningsvorming over wetenschap en technologie. Daartoe doet het instituut onderzoek naar de organisatie en ontwikkeling van het wetenschapssysteem, publiceert het over maatschappelijke effecten van nieuwe technologieën, en organiseert het debatten over vraagstukken en dilemma's op het gebied van wetenschap en technologie.
Het Rathenau Instituut is inhoudelijk onafhankelijk. Het is in 1986 ingesteld door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het ministerie financiert ook het Rathenau Instituut. Het instituut is beheersmatig ondergebracht bij de KNAW.