Afkickmiddel voor cocaïne op het spoor

7 april 2014

Een bestaand middel tegen de ziekte van Parkinson voorkomt dat ratten verslaafd raken aan cocaïne. Dit blijkt uit een onderzoek dat in de Verenigde Staten is uitgevoerd onder leiding van Ingo Willuhn, nu onderzoeker bij de afdeling Psychiatrie van het Academisch Medisch Centrum (AMC) en het Nederlands Herseninstituut (KNAW). De resultaten zijn zondag online gepubliceerd in Nature Neuroscience.

Cocaïnegebruik zorgt er onder meer voor dat in de hersenen de stof dopamine vrijkomt. Deze stof stimuleert het beloningscentrum in de hersenen, waardoor je je prettig voelt. Uit de studie van Willuhn en zijn medeonderzoekers blijkt echter dat bij ratten die excessief cocaïne gebruiken, het dopamine-stimulerend effect van de drug afneemt: bij gelijkblijvend cocaïnegebruik komt steeds minder dopamine vrij in de hersenen. Deze bevinding is in strijd met de heersende gedachte dat er juist meer dopamine in het beloningsdeel van de hersenen zou vrijkomen bij excessief cocaïnegebruik.

Ingo Willuhn bestudeerde de toename van de dopamine-afgifte in het beloningssysteem van de hersenen. Ratten konden enige uren per dag onbeperkt cocaïne krijgen. De meeste ratten gingen in de loop van de tijd meer cocaïne gebruiken. Bij deze ratten, kwam minder dopamine vrij dan bij de dieren met een stabiel cocaïnegebruik. ‘Dat er bij de eerste groep ratten steeds minder dopamine vrijkomt bij een gelijkblijvende cocaïneconsumptie, verklaart dat de dieren hun cocaïneconsumptie willen verhogen. Zo komt er toch voldoende dopamine vrij om hun beloningssysteem te prikkelen. Ze raken verslaafd.’
Cocaïneverslaafde ratten die een middel tegen Parkinson krijgen, reageren daar goed op. Het medicijn heeft als eigenschap dat het de dopaminehuishouding in de hersenen herstelt. De ratten gingen na inname van het anti-Parkinsonmiddel minder cocaïne gebruiken. Willuhn: ‘Het laat zien dat overmatig cocaïnegebruik bij verslaafden mogelijk kan worden teruggedrongen met een medicijn dat al is toegelaten. Er is interesse in deze uitkomsten en er worden studies gepland om deze bevinding te testen bij mensen.’