Beleid focus en massa in de wetenschap faalt. Focusgebieden niet belangrijker - ondanks investeringen

24 april 2013

Als klein land heeft Nederland onvoldoende middelen om in alle wetenschapsgebieden te excelleren. Dus wordt er extra geïnvesteerd in gebieden die essentieel geacht worden voor wetenschap, economie of maatschappij. Heeft dit zogeheten focus-en-massabeleid er ook voor gezorgd dat de gestimuleerde gebieden meer wetenschappelijke publicaties zijn gaan leveren dan andere gebieden?

Nee, concludeert het Rathenau Instituut in het rapport Focus en massa in het wetenschappelijk onderzoek: de Nederlandse onderzoeksportfolio in internationaal perspectief (Peter van den Besselaar en Edwin Horlings), dat deze week verschijnt.

"Focus en massa" - ook bekend als  F&M - : in het wetenschapsbeleid is er zelden een term geweest die door zovelen is omarmd. De afgelopen jaren werden er dan ook veel maatregelen genomen om focus en massa in het wetenschappelijk onderzoek te creëren. Denk hierbij aan het oprichten van topinstituten, de toewijzing van extra middelen en het instellen van regieorganen. Het Innovatieplatform en het ministerie van Economische Zaken wezen sleutelgebieden aan, zoals chemie, high-tech systems, materialen, water en food & flowers. Ook het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap noemde drie onderzoeksgebieden die versterking behoefden, namelijk: ICT, genomics en nanowetenschap.

Zijn de gestimuleerde vakgebieden meer wetenschappelijke publicaties ('output') gaan leveren dan andere gebieden? En scoren de focusgebieden internationaal beter? 'Nee, dus', concludeert het Rathenau Instituut.

Specialisatie niet toegenomen

Het instituut onderzocht aan de hand van publicaties en conferentiebijdragen, of de focus- en sleutelgebieden tussen 1990 en 2008 meer wetenschappelijke publicaties zijn gaan leveren in verhouding tot andere vakgebieden en in verhouding tot het buitenland. De metingen tonen dat, alle F&M-maatregelen ten spijt, de specialisatie niet is toegenomen. Niet binnen Nederland en niet in verhouding tot andere excellente wetenschapslanden.

Gebieden die extra geld kregen, zijn op zich wel meer wetenschappelijke publicaties gaan leveren. Maar het marktaandeel van de focusgebieden is binnen Nederland niet gegroeid, omdat andere – niet-gestimuleerde - gebieden even snel of zelfs harder zijn gegroeid. Dat laatste geldt vooral voor het medisch onderzoek. De Nederlandse focusgebieden blijven ook internationaal achter, omdat andere landen in de focusgebieden veel actiever zijn, vooral in Azië.

Waarom slaagt het F&M-beleid niet? Rathenau Instituut onderzoeker Edwin Horlings: "We willen dit nader onderzoeken. Maar we vermoeden dat de complexiteit van het Nederlandse wetenschapssysteem hierbij een rol speelt. Als de overheid bijvoorbeeld bepaalde velden extra stimuleert, terwijl universiteiten voor andere velden kiezen, NWO haar eigen prioriteiten stelt en de FES-gelden toekenning een eigen strategische logica heeft, dan kan dat resulteren in tegenstrijdige interventies met onbedoelde effecten."

Met andere woorden: als alle actoren uit de wetenschap onafhankelijk van elkaar kiezen voor focus en massa, zijn er voor de Nederlandse wetenschap als geheel, nog geen keuzes gemaakt. Dat kan, volgens de onderzoekers, op termijn nadelig uitpakken.