Persbericht Stuurgroep NWA

De Nationale Wetenschapsagenda: ode aan de onderzoekende vrije geest

27 november 2015

Hoeveel mensen kan de aarde duurzaam huisvesten? Wat zijn de oorzaken en de gevolgen van migratie en hoe kunnen we er mee omgaan? Hoe maken we de gezondheidszorg kwalitatief zo goed mogelijk, maar houden we haar betaalbaar? Nederland heeft een vernieuwende Nationale Wetenschapsagenda, die bestaat uit 140 grote wetenschappelijke vragen. Deze vormen het fundament voor ‘routes’ waarmee nieuwe verbindingen over de gehele onderzoekketen kunnen worden gelegd. 

Op 27 november is de Wetenschapsagenda gepresenteerd aan de ministers van OCW en EZ en de staatssecretaris van OCW. Tegelijkertijd is de Wetenschapsagenda door deze bewindslieden namens het kabinet aan de Tweede Kamer aangeboden. Op zondag 29 november is op het EUREKA! Festival in Amsterdam de publieke presentatie van de agenda.

Het kabinet heeft in 2014 de kenniscoalitie, bestaande uit KNAW, MKB Nederland, NFU, NWO, TO2, Vereniging Hogescholen, VNO-NCW en VSNU, opdracht gegeven een verbindende agenda voor onderzoek in Nederland te ontwikkelen. Onder leiding van een stuurgroep is daar de afgelopen negen maanden aan gewerkt. Deze Nationale Wetenschapsagenda stimuleert creativiteit en vernieuwing en verbindt partijen en thema’s. Door het opstellen van de agenda zijn wetenschap, bedrijfsleven en maatschappij dichter bij elkaar gekomen. 11.700 Vragen, ingediend door betrokken en nieuwsgierige mensen, vormen de basis van de Wetenschapsagenda. Daaruit zijn 140 clustervragen gedestilleerd, geïnspireerd vanuit de theorie en de praktijk, met vertakkingen naar uiteenlopende disciplines. Die clustervragen hebben betrekking op belangrijke intersectorale en interdisciplinaire vraagstukken, maar omvatten niet de gehele wetenschap. Alles in de Wetenschapsagenda is belangrijk, maar niet alles wat belangrijk is staat in de Wetenschapsagenda. Naast de agenda zal er voldoende ruimte moeten blijven voor vrij en ongebonden onderzoek.

De Wetenschapsagenda is niet statisch en zal voortdurend in ontwikkeling blijven. In de gekozen vorm nodigt de agenda uit om gezamenlijk – wetenschap, bedrijfsleven, overheid, samenleving – routes uit te stippelen door het landschap van de vragen. Het gehele netwerk van fundamenteel, strategisch, praktijkgericht en toegepast onderzoek zal in de Wetenschapsagenda inspiratie vinden om samen belangrijke vraagstukken aan te pakken. De kenniscoalitie heeft zestien eerste routes voorgesteld om mee aan de slag te gaan. Door de combinatie van clustervragen en routes wordt de hele onderzoekgemeenschap (alfa, bèta, gamma) bij wetenschappelijke, industriële en maatschappelijke uitdagingen betrokken. Bovendien blijven de inhoud en het effect van de Wetenschapsagenda zich door het gebruik ontwikkelen. Dit krijgt zijn weerslag in een steeds rijker wordende digitale versie: www.wetenschapsagenda.nl.

Het proces om vragen te stellen, te clusteren en eerste voorbeeldroutes te identificeren verliep bottom-up. De 140 clustervragen en de voorbeeldroutes vormen een startpunt. Een scherpere prioriteitsstelling vergt een verdere uitwerking via routes. Wetenschappers, bedrijfsleven en maatschappij kunnen samen de routes verder ontwikkelen en daarnaast werken aan nieuwe combinaties en daar ook partners bij zoeken. Dat wordt de volgende stap en hiervoor is tijd nodig. De kenniscoalitie wil dit in de komende maanden op zich nemen. Zo wordt het bottom-upproces voortgezet. De kenniscoalitie is erkentelijk voor de waardering voor de Wetenschapsagenda die door het kabinet wordt uitgesproken en gaat graag het gesprek met het kabinet aan over hoe die vervolgstap kan worden vormgegeven opdat de Wetenschapsagenda haar dynamische en responsieve bottom-upkarakter behoudt en kan uitbouwen. 

De komende jaren zal de kenniscoalitie de Wetenschapsagenda als uitgangspunt nemen voor verdere profilering en zwaartepuntvorming, zoals vastgelegd in de Wetenschapsvisie 2025. In gezamenlijkheid zal de kenniscoalitie werken aan het stellen van prioriteiten en zal een investeringsagenda worden opgesteld, gericht op het volgende regeerakkoord. Zonder extra middelen voor onderzoek – fundamenteel, strategisch, toegepast, praktijkgericht – is er nauwelijks ruimte om met veelbelovende routes stevige stappen voorwaarts te maken. De kabinetsdoelstelling om 2,5 procent van het bruto binnenlands product uit te geven aan onderzoek en ontwikkeling is nog niet bereikt. De kenniscoalitie is ervan overtuigd dat met de juiste extra investeringen de Wetenschapsagenda – een project dat zoveel enthousiasme en energie heeft opgewekt bij alle betrokkenen – nog jarenlang zal kunnen doorwerken in het Nederlandse onderzoeklandschap.

De stuurgroep bestond uit vertegenwoordigers van de kenniscoalitie plus het onafhankelijk voorzitterschap van Beatrice de Graaf en Alexander Rinnooy Kan. De kenniscoalitie is hen veel dank verschuldigd en gaat nu verder met het ‘uitrollen’ van de Wetenschapsagenda.