Handvatten voor de kwaliteitsbeoordeling van sociaalwetenschappelijk onderzoek

19 maart 2013

Vandaag ontvangt staatssecretaris Dekker het adviesrapport over de kwaliteitsbeoordeling van sociaalwetenschappelijk onderzoek. Het rapport geeft handvatten om de kwaliteit van onderzoek te beoordelen op een manier die recht doet aan de enorme diversiteit in kwaliteitsculturen binnen de sociale wetenschappen. Het rapport daagt belanghebbenden uit om ervaring op te doen met de methodiek.

Hun ervaringen worden verwerkt in het nieuwe standaard evaluatieprotocol voor kwaliteitsbeoordeling (SEP) dat in 2015 ingaat.

Met haar adviesrapport Naar een raamwerk voor de kwaliteitsbeoordeling van sociaalwetenschappelijk onderzoek stelt de KNAW een raamwerk voor de kwaliteitsbeoordeling van sociaalwetenschappelijk onderzoek beschikbaar aan onderzoekers, decanen, onderzoeksdirecteuren en visitatiecommissies. Het rapport is opgesteld door de Commissie ‘Kwaliteitsindicatoren sociale wetenschappen’, onder voorzitterschap van Jozien Bensing, hoogleraar klinische psychologie en gezondheidspsychologie aan de Universiteit Utrecht. Het rapport maakt deel uit van een drieluik. Eerder verschenen het adviesrapport Kwaliteitsindicatoren voor onderzoek in de geesteswetenschappen (mei 2011) en het adviesrapport Kwaliteitsbeoordeling in de ontwerpende en construerende disciplines (november 2010). U kunt het advies downloaden op www.knaw.nl/publicaties

Aanleiding

De aanleiding voor het adviesrapport was drieledig. Allereerst de enorme heterogeniteit van de sociale wetenschappen. Met de grote verschillen tussen onderzoeksgebieden wordt tot nu toe bij de beoordeling van onderzoek te weinig rekening gehouden, wat een evenwichtig oordeel in de weg staat. Zowel onderzoekfinanciers als bestuurders van universiteiten lopen tegen dit probleem aan. Ten tweede is door de toenemende aandacht voor valorisatie van kennis de discussie over de maatschappelijke relevantie van onderzoek aangewakkerd en nam de vraag naar een grotere zichtbaarheid van kwaliteit en relevantie toe. Ten slotte groeide onder onderzoekers de onvrede over de neiging om de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek eendimensionaal en vooral in kwantitatieve termen uit te drukken en daarbij het uitgangspunt ‘more is better’  te hanteren.

Adviesrapport

Het adviesrapport reikt bestuurders en onderzoekers geen kant-en-klaar systeem aan, maar een methodiek om aan de kwaliteitsbeoordeling vorm en inhoud te geven. De methodiek doet recht aan de grote verschillen binnen de sociale wetenschappen en aan belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de toenemende aandacht voor valorisatie. Bovendien draagt de methodiek ertoe bij dat de onderzoekers in de diverse vakgebieden zelf verantwoordelijkheid nemen voor het transparant, traceerbaar en toetsbaar maken van de kwaliteit van het onderzoek in hun vakgebied. Het rapport reikt een set algemeen geldende beoordelingscriteria aan. Ook  bevat het een aantal uitgangspunten die de contouren van de beoordelingssystematiek bepalen. Het vertalen van deze uitgangspunten naar de praktijk wordt overgelaten aan de onderzoekers en bestuurders. Daarbij kunnen zij gebruikmaken van handvatten voor werkvormen, zoals jaargesprekken met medewerkers, benoemingen van hoogleraren, het facultaire investeringsbeleid, landelijke onderzoekvisitaties et cetera. De opdracht die de KNAW aan onderzoekers en bestuurders in de sociale wetenschappen meegeeft, is ervaring op te doen met de voorgestelde methodiek, zodat met concrete ervaringen invulling kan worden gegeven aan het nieuwe Standard Evaluation Protocol (SEP), dat in 2015 ingaat.

Onderzoek NWO Maatschappij- en Gedragswetenschappen

In lijn met het KNAW-adviesrapport heeft NWO Maatschappij- en Gedragswetenschappen (MaGW) een onderzoek naar de verschillen in publicatieculturen van (sub)disciplines van de maatschappij- en gedragswetenschappen laten uitvoeren. Het onderzoek leverde een duidelijke indeling en heldere omschrijvingen van de publicatieculturen van de belangrijkste MaGW-(sub)disciplines op. Momenteel wordt een pilot uitgevoerd om de toepasbaarheid van deze omschrijvingen te testen in een beoordelingsronde (Veni). Het streven is om de omschrijvingen van publicatieculturen een hulpmiddel te laten zijn voor commissieleden die een publicatielijst uit een discipline moeten beoordelen waarvan ze de publicatiecultuur niet door en door kennen. De brochure over het publicatieculturenonderzoek is te downloaden van www.nwo.nl/magw