KNAW constateert nog hiaten in onderzoek naar nieuwe weefsels

15 oktober 2009

Nederland heeft een heel goede uitgangspositie in het onderzoek in de 'regeneratieve geneeskunde'. Dat is onderzoek naar het vermogen van ons lichaam om beschadigde weefsels en organen te herstellen, en hoe dat kan worden gestimuleerd of nagebootst.

De verwachtingen van de medische toepassingen zijn hooggespannen, maar voordat het zover is, is nog veel onderzoek nodig. Dat concludeert de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in een wetenschapsverkenning van het vakgebied, die vandaag in Nieuwspoort werd gepresenteerd.

Regeneratieve geneeskunde zal naar verwachting aan de basis staan van allerlei nieuwe vormen van medische behandeling, zoals het kweken van gehoorcellen om doven weer te laten horen, het implanteren van nieuw bot, of het inspuiten van stamcellen om mensen met een dwarslaesie te genezen. De wetenschap is echter nog niet ver genoeg gevorderd om de complexiteit van weefsels te begrijpen, laat staan die volledig te herstellen. Daarvoor is nog veel fundamenteel onderzoek nodig, naar stamcellen, biomaterialen en de interactie tussen materialen en weefsel. Ook moeten volgens de KNAW de risico's van die nieuwe technologieën goed in kaart worden gebracht. De financiering van onderzoek in de regeneratieve geneeskunde moet dan ook vooral gericht zijn op het dichten van deze kennishiaten.

Het rapport gaat uitgebreid in op de juridische aspecten van de regeneratieve geneeskunde. Die zijn talrijk en complex. Voor onderzoekers die een klinische studie willen beginnen is vaak onduidelijk welke informatie ze moeten leveren, en dat maakt die procedures aanzienlijk zwaarder. Ook ontbreekt een duidelijk juridisch kader met betrekking tot de zeggenschap over eigen lichaamsmateriaal. Hoe zijn bijvoorbeeld de toestemming en de informatieverstrekking geregeld? De KNAW vraagt om meer helderheid van de overheid.

De nieuwe toepassingen roepen ook ethische vragen op, onder meer over het gebruik van wezensvreemd materiaal in het lichaam, embryonale stamcellen, en proefpersonen. De discussie daarover moet, vindt de KNAW, gedurende het onderzoek worden gevoerd en niet achteraf. In onderzoeksprogramma's moet financiële ruimte bestaan om het debat te voeren tussen onderzoekers, ethici, patiënten en andere betrokkenen.

Het rapport Stevig in de steigers. Kansen voor de regeneratieve geneeskunde in Nederland geeft verder aanbevelingen over structurele samenwerking tussen vakgebieden, en tussen biomedische en technische faculteiten in onderzoek en onderwijs. Het rapport is geschreven door een commissie onder voorzitterschap van prof. dr. Wim Fibbe (LUMC).