KNAW pleit voor vernieuwing van de Dieptestrategie voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek

5 augustus 2010

De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) pleit voor het extra stimuleren van gebieden waarin Nederland excelleert en het versterken van de Nederlandse positie in de competitie voor Europese fondsen, die naar verwachting in de komende jaren sterk zullen groeien.

Onder de titel Bundeling van kwaliteit brengt de KNAW daarom een advies uit voor vernieuwing van het instrument Dieptestrategie, dat een belangrijke rol kan spelen om via krachtenbundeling te komen tot sterke toppen van onderzoek en innovatie.

Het advies is aangeboden aan de staatssecretaris van OCW en sluit aan bij de doelstellingen van de onlangs gepubliceerde Kennis en Innovatie Agenda 2011-2020 en het rapport Differentiëren in drievoud van de Commissie Toekomstbestendig Hoger Onderwijs Stelsel.

De minister van OCW heeft de KNAW in 2009 gevraagd te adviseren over de wijze waarop het instrument Dieptestrategie na 2013 kan worden voortgezet, waarbij in het bijzonder aandacht zou moeten zijn voor meer variëteit en dynamiek. De KNAW heeft onderzocht hoe het instrument tot nu toe heeft gefunctioneerd en die bevindingen in de nationale en internationale context van onderzoeksfinanciering geplaatst.

De vernieuwde Dieptestrategie zou de volgende kenmerken moeten hebben:

  • gericht op ongebonden fundamenteel onderzoek
  • gericht op clusters van onderzoekers, op toponderzoekers die hun krachten bundelen
  • gericht op een zekere stevigheid van samenwerking tussen de onderzoekers, niet op gelegenheidscombinaties
  • gericht op voorstellen waarin overtuigend wordt aangegeven dat binnen afzienbare tijd met extra middelen een belangrijke internationale doorbraak kan worden bereikt

De commissie die het advies Bundeling van kwaliteit; vernieuwing van de Dieptestrategie voor fundamenteel onderzoek heeft opgesteld is ingesteld door het Bestuur van de KNAW en stond onder voorzitterschap van prof. dr. S.W.J. Lamberts. Verder maakten prof. dr. H. Pinkster en prof. dr. ir. D.N. Reinhoudt deel uit van de commissie.