KNAW-president ontvouwt toekomstplannen Akademie

10 mei 2010

In zijn Jaarrede, vanmiddag uitgesproken tijdens de Akademiemiddag van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), schetste president Robbert Dijkgraaf de koers van zijn organisatie voor de komende jaren. Die koers is vastgelegd in de Strategische Agenda 2010-2015 die vandaag het licht ziet.

Belangrijke elementen zijn een nieuwe procedure voor de selectie van Akademieleden die meer recht doet aan de dynamiek van de wetenschap; verdere versterking van de sleutelpositie van de eigen onderzoeksinstituten en een betere invulling van haar rol als onafhankelijke regeringsadviseur om de maatschappelijke impact van KNAW-adviezen te vergroten.

De Strategische Agenda 2010-2015 Voor de wetenschap - De Akademie in de kennissamenleving bouwt voort op het plan Duurzame Wetenschap uit 2006, met inachtneming van de sterk veranderende omstandigheden in binnen- en buitenland. De agenda is opgebouwd rond de drie kernactiviteiten van de KNAW, te weten genootschap van topwetenschappers; institutenorganisatie en adviesorgaan.

De nieuwe procedure voor de verkiezing van Akademieleden doet meer recht aan de dynamiek in de wetenschap, met name de sterk toegenomen verwevenheid van vakgebieden en de opkomst van nieuwe vakgebieden. Voortaan wordt jaarlijks een vast aantal van zestien leden benoemd. Meer dan voorheen zullen dat ook topwetenschappers van buiten de universiteiten zijn.

Akademiepresident Dijkgraaf schetste ook het ambitieniveau voor de KNAW-instituten: in eigen land leidend op hun onderzoeksterrein, voor hun buitenlandse collega's eerste aanspreekpunt. Dijkgraaf onderstreepte dat de instituten het al erg goed doen: "We zijn trots dat de KNAW-instituten toponderzoek produceren met een citatie-impact ver boven het mondiale gemiddelde, boven het Nederlandse gemiddelde, en ook boven het Nederlandse universitaire gemiddelde." Met haar instituten wil de Akademie een belangrijke bijdrage leveren aan de profilering van Nederlandse wetenschap, in samenwerking met andere partijen, de universitaire onderzoeksgroepen voorop. Dijkgraaf: "Juist instituten kunnen met hun relatief grote flexibiliteit, onafhankelijkheid en focus een speerpunt in het wetenschappelijk onderzoek zijn."

De gewenste versterking van de adviesfunctie van de KNAW verwoordde de Akademiepresident aldus: "Er zullen meer adviezen worden uitgebracht die richtinggevend blijken voor wetenschappelijke ontwikkelingen of leidend in het maatschappelijk debat." Als goede voorbeelden noemde hij het recente advies over het rekenonderwijs en het advies over klimaatonderzoek dat op stapel staat.

Nieuw is het voornemen om, met ingang van 2011, de Nederlandse Wetenschapsagenda uit te brengen met daarop uitdagende en urgente wetenschappelijke vragen, aan de beantwoording waarvan Nederlandse onderzoeksgroepen een significante bijdrage kunnen leveren. De KNAW hoopt met zo'n agenda de profilering van de wetenschap in de samenleving te bevorderen en zodoende bij te dragen aan heldere prioriteitstelling in beleid.

In zijn Jaarrede pleitte Dijkgraaf verder voor maximale transparantie in wetenschappelijk onderzoek, onontkoombaar nu het gezag van wetenschap in maatschappelijke discussies allesbehalve vanzelfsprekend is, getuige ook het klimaatdebat. Tijdens de Akademiemiddag in het Trippenhuis van de KNAW ontvouwde Akademielid en lid van het Innovatieplatform Piet Borst zijn visie op publiek-private samenwerking voor innovatie. Directeur Paul Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau ontving de Akademiepenning, een tweejaarlijkse onderscheiding voor personen die zich bijzonder inzetten voor de bloei van de wetenschap in Nederland.

De volledige tekst van de jaarrede van de KNAW-president evenals de Strategische Agenda 2010-2015 kunt u downloaden van de KNAW-website.