KNAW-president Robbert Dijkgraaf presenteert eerste Nederlandse Wetenschapsagenda

30 mei 2011

Tijdens de jaarlijkse Akademiemiddag overhandigde president Robbert Dijkgraaf van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) het eerste exemplaar van De Nederlandse Wetenschapsagenda aan staatssecretaris Zijlstra van OCW. Het document bevat de 49 belangrijkste onderzoeksvragen voor de middellange termijn. De vragen zijn zowel geselecteerd op hun belang als op het feit dat Nederlandse onderzoekers er een doorbraak in kunnen realiseren.

In zijn Jaarrede zette Robbert Dijkgraaf in het licht van de politieke actualiteit de werking en de waarde van de wetenschap uiteen. Hij onderstreepte de sterke positie die de Nederlandse wetenschap nu nog heeft en gaf zijn visie op twee beleidsdossiers: de voorgenomen herziening van het hoger onderwijs waarover de commissie Veerman adviseerde en het innovatiebeleid zoals dat momenteel voor negen topsectoren wordt uitgewerkt.

Robbert Dijkgraaf over de stelselherziening: "Diversiteit behoeft structuren. Verstandig beleid onderscheidt daarbij twee dimensies: de horizontale verbinding tussen instellingen binnen een discipline en de verticale verbinding tussen disciplines binnen een instelling. Samen vormen deze schering en inslag het weefsel van de academische gemeenschap. Beide soorten draad moeten verstevigd worden." Om dat te bewerkstelligen bepleitte Dijkgraaf een combinatie van sectorplannen en sterkere profilering van en door onderwijsinstellingen.

De KNAW-president benadrukte dat het topsectorenbeleid en De Nederlandse Wetenschapsagenda niet strijdig zijn, maar juist in elkaars verlengde liggen: "De KNAW heeft altijd gepleit voor een brede basis in het wetenschappelijk onderzoek met daarboven hoge toppen op een select aantal thema's. De Nederlandse Wetenschapsagenda brengt de domeinen in kaart waar het fundament voldoende stevig is en het uitzicht de moeite waard om verder de hoogte in te bouwen."

Ten slotte riep Robbert Dijkgraaf het kabinet op de Nederlandse wetenschap op z'n minst een langetermijnvisie te bieden: "De Nederlandse Wetenschapsagenda is opgesteld met een tijdshorizon van minstens tien jaar, typisch de tijd tussen twee academische generaties. Laten we niet vergeten een perspectief te bieden voor de promovendi van onze promovendi. Perspectief is het allerminste en het allermooiste wat dit kabinet kan bieden."

De Nederlandse Wetenschapsagenda

De negenenveertig onderzoeksvragen op De Nederlandse Wetenschapsagenda zijn geselecteerd door topwetenschappers, verbonden aan de KNAW. Met de Wetenschapsagenda wil de KNAW de discussie over de toekomst van de wetenschap een kader bieden. De agenda is geen roep om geld, maar een lijst van grote vragen die uitgaat van verwondering van wetenschappers. Dijkgraaf: "Het is geen investeringsplan, maar een enthousiasmeringsplan."De agenda zal regelmatig worden geactualiseerd.