Laat buren jakobskruiskruid bestrijden

13 mei 2011

Als je jakobskruiskruid niet steeds blijft uittrekken maar met rust laat, dan graaft het binnen een paar jaar zijn eigen graf. Met dank aan de buren: bacteriën, schimmels maar onverwachts ook andere planten. Tess van de Voorde onderzocht de plaagplant bij Wageningen University en het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW), en komt met duidelijke adviezen voor beheerders. Ze promoveert vrijdag 13 mei in Wageningen.

Jakobskruiskruid is inmiddels een beruchte plant in ons land. Hoewel het een inheemse soort is, en geen woekerende 'exoot', kan er toch overlast of zelfs een ware plaag optreden. Vooral op braakliggende of verstoorde gronden en in ingezaaide bermen kan de plant massaal opbloeien. Helaas is deze pionier giftig voor vee – vooral paarden.

Tot nu toe vindt vaak bestrijding van jakobskruiskruid plaats door de planten helemaal te verwijderen. 'Zo houd je het probleem juist in stand,' stelt Van de Voorde. 'Hierdoor kan zich geen remmende 'bodemmoeheid' tegen de plant opbouwen, en blijft de grond geschikt voor jakobskruiskruid. Laat in plaats daarvan de planten staan. Dan wordt de grond vanzelf ongeschikt.' Het advies is dus om te wachten. Bij een stevige uitbraak kan die bodemmoeheid zich al binnen één groeiseizoen ontwikkelen, dus er hoeft niet erg lang gewacht te worden op resultaat.

De oorzaak is dat planten een erfenis achterlaten in de bodem waar ze leven. Dat is nog jaren later terug te zien in de bodemgemeenschap. In het geval van jakobskruiskruid blijkt de plant haar eigen standplaats ongeschikt te maken, doordat microscopisch kleine bacteriën en schimmels zich ophopen in en rond de wortels. Van de Voorde onderzocht dit op een serie voormalige landbouwgronden op de Veluwe die tussen de twee en 25 jaar geleden uit productie zijn genomen, aangevuld met kasproeven. 'De plant groeit verrassend veel slechter in grond waar al soortgenoten in hebben gegroeid,' legt ze uit. 'Als je het vergelijkt met steriele grond groeit het wel 70 procent slechter.'
Een opmerkelijke vondst is dat ook een aantal andere graslandsoorten uit hetzelfde gebied de groei van jakobskruiskruid belemmert. Denk aan witte klaver, duizendblad, reukgras en ringelwikke. Omgekeerd groeien veel van deze graslandsoorten juist beter op jakobskruiskruidgrond. Een tweede reden om de kruiskruidplanten niet uit te trekken! Een derde is, dat uittrekken de grond verstoord: begraven zaden komen aan de oppervlakte en kiemen. Zo leidt dat juist tot meer jakobskruiskruid. Wilde zwijnen en overbegrazing kunnen hetzelfde effect hebben.

Het is wel verstandig om de jakobskruiskruidplanten af te maaien, waardoor ze geen zaden kunnen vormen. Zonder zaden kunnen ze zich niet verspreiden naar omliggende gebieden. Ook is het goed om te zorgen voor een dichte vegetatie, waar de zaden van jakobskruiskruid niet goed kiemen. In juni organiseert Van de Voorde een speciale adviesbijeenkomst voor groen- en natuurbeheerders.

Het NIOO is met ongeveer 250 medewerkers het grootste onderzoeksinstituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Het is gespecialiseerd in de ecologie van het zoete water, van kust & zee en van het land. Het is gevestigd in Yerseke en sinds kort in een duurzaam gebouwd onderzoekspand in Wageningen.

Proefschrift: Community perspectives of individual plant-soil interactions.