Maatwerk in de kwaliteitsbeoordeling van de ontwerpende en construerende wetenschappen

22 november 2010

Op verzoek van de drie technische universiteiten heeft de KNAW geadviseerd over de wijze waarop zij de kwaliteit van ontwerpende en construerende disciplines adequaat kunnen beoordelen. Het vandaag verschenen rapport Kwaliteitsbeoordeling in de ontwerpende en construerende disciplines pleit voor differentiatie in de manier van beoordelen van verschillende vakgebieden.

Het advies schetst een systeem met twee beoordelingscriteria: wetenschappelijke kwaliteit en maatschappelijke relevantie. De discipline-afhankelijke invulling zit in de indicatoren die gebruikt worden om te bepalen hoe goed een onderzoeksvoorstel, persoon of onderzoeksgroep aan deze twee criteria voldoet. 

Het advies geeft een overzicht van de voor de ontwerpende en construerende disciplines relevante indicatoren - die vindt u hier. Vervolgens moeten de wetenschappers zelf, in samenspraak met universitaire bestuurders, voor de verschillende beoordelingssituaties uit die indicatoren een keuze en een onderlinge weging maken. De KNAW hoopt dat de technische universiteiten en STW snel gebruik zullen maken van deze flexibele beoordelingswijze, die recht doet aan de diversiteit van de wetenschappen.

Aanleiding voor het advies zijn de problemen waarmee ontwerpende en construerende wetenschappers te maken hebben bij visitaties, benoemingen en onderzoeksaanvragen. De indicatoren die daarbij voor de beoordeling van de kwaliteit van hun werk gebruikt worden zijn ontleend aan de meer fundamentele wetenschappen: publicaties in ISI-tijdschriften met een hoge impactfactor, citatiescores, Hirsch index, et cetera. De producten van de ontwerpende en construerende wetenschappen zijn echter niet alleen peer reviewed tijdschriftartikelen, maar ook conference proceedings, ontwerpen, en constructies.

Kwaliteitsbeoordeling in de ontwerpende en construerende disciplines. Een systematisch kader is geschreven door een KNAW-commissie onder voorzitterschap van prof. dr. ir. Anthonie Meijers (TU Eindhoven).

Het rapport sluit aan bij het KNAW-advies Kwaliteitszorg in de wetenschap: van SEP naar KEP (2008) dat pleit voor een meer flexibel protocol bij kwaliteitsbeoordeling.