Nieuw 'broeikasgaslek' ontdekt in wetlands - ganzenvraat laat methaan versneld ontsnappen

1 juni 2011

Watervogels grazen oever- en waterplanten zoals riet af. De overgebleven stengelresten blijken schoorstenen te vormen waardoor het sterke broeikasgas methaan sneller kan ontsnappen. Deze nieuwe 'shortcut'-route in de broeikasgas-huishouding presenteren onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) nu in het wetenschappelijke tijdschrift 'Ecology'.

Als broeikasgas is methaan 20 keer sterker dan het veel bekendere CO2. Daarom is het erg belangrijk om het huishoudboekje kloppend te krijgen voor dit gas. Hoeveel wordt er afgebroken, hoeveel gaat er de lucht in en vooral waar? De mondiale klimaatmodellen zijn mede daarop gebaseerd. Maar NIOO-onderzoekers hebben een tot tot nu toe geheel gemiste ontsnappingsroute van het potente broeikasgas ontdekt.

Methaan blijkt in de zomer versneld weg te kunnen lekken uit wetlands door de eetlust van watervogels, ontdekte een NIOO-team. De moerassige gronden van wetlands waren al bekend als aanzienlijke methaanbron. Ongeveer 30 procent van wat jaarlijks de atmosfeer in gaat van dit gas komt uit natuurlijke wetlands, terwijl deze maar een kleine vier procent van het aardoppervlak beslaan. Bacteriën in het moeras produceren het gas, anderen eten het ook weer op, maar het grootste deel gaat via de wortels en stengels van moerasplanten de lucht in. En de poorten van een plant gaan wijd open als ganzen ze van bovenaf afgrazen, tot net boven het waterpeil.
“Bij onze experimenten kwam er tot vijf maal zoveel methaan vrij op plekken waar grauwe ganzen bij konden in de zomer, vergeleken met afgezette delen van een meer,” aldus NIOO-microbioloog Paul Bodelier. “De verklaring is hoogstwaarschijnlijk dat het gas veel minder weerstand ondervindt in kortgegeten plantenstengels. De route zou anders via stengel, blad en nauwe huidmondjes gelopen hebben.” Er was nog nooit naar dit (natuurlijke) effect van vraat gekeken.

Met de groeiende ganzenpopulaties en veranderend landgebruik is de invloed van deze planteneters op de broeikasgas-uitstoot zeker van belang – helemaal in ons waterrijke land. “Dit is een heel natuurlijk proces, en niet iets waar je ganzen voor moet gaan afschieten dus,” zeggen Bodelier en zijn collega-onderzoeker Liesbeth Bakker. “Maar het moet wellicht wel meegenomen worden om de methaanuitstoot naar de atmosfeer kloppend te krijgen, wat van belang is voor voorspelling van ons toekomstige klimaat.” En daarvoor moeten we eerst de totale omvang van dit nieuwe ‘lek’ nauwkeurig vaststellen. Wereldwijd.
“Watervogels en waterplanten heb je natuurlijk overal, maar het is nog de vraag of dit bij alle planten en alle moerastypen optreedt,” verduidelijkt Bodelier. “In bodems in het noordpoolgebied met veel methaan, en een verwachte uitbreiding van waterplanten en broedende ganzen, kan de nieuwe route bijvoorbeeld een belangrijke rol gaan spelen.”

Het NIOO is met ongeveer 250 medewerkers het grootste onderzoeksinstituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Het is gespecialiseerd in de ecologie van het zoete water, van kust & zee en van het land. Het sinds kort gevestigd in een duurzaam gebouwd onderzoekspand in Wageningen, en daarnaast in Yerseke.