Persbericht Meertens Instituut KNAW

Nieuw handboek biedt compleet overzicht van onderzoek naar Nederlandse taalvariatie

8 november 2013

Language and Space: Dutch is een 950 pagina’s tellend boek met state-of-the-artoverzichten van oudere en nieuwere benaderingen van het onderzoek van traditionele en nieuwe dialecten en dochtertalen van het Nederlands, binnen en buiten het taalgebied.

Aan het boek, geredigeerd door Frans Hinskens en Johan Taeldeman, werkten ruim 40 auteurs mee uit binnen- en buitenland.

Language and Space: Dutch is de eerste titel in een internationale reeks handboeken over geografische taalvariatie, waarin ingezoomd wordt op één taalgebied. Het Nederlandse taalgebied is groter dan alleen Nederland en Vlaanderen: het omvat alle plekken ter wereld waar een (meng)vorm van Nederlands gesproken wordt. Dat betekent dat er in dit boek zowel aandacht is voor Vlaamse en Nederlandse dialecten, regiolecten en varianten van de standaardtaal, als voor Nederlandse taalvariëteiten in bijvoorbeeld voormalig Nederlands-Indië, Suriname en Zuid- Afrika. Surinamers en Indische Nederlanders namen hun talen overigens ook weer mee naar Nederland. In dat geval spreken we van etnolecten, die ook door andere bevolkingsgroepen in Nederland en Vlaanderen gesproken worden.

Taalvariëteiten

Een ander deel van het boek gaat over inheemse Nederlandse en Vlaamse taalvariëteiten, die verdeeld zijn in zes regio’s, grofweg: West-Vlaanderen en Zeeland, Oost-Vlaanderen, Brabant, Limburg, Holland en Utrecht en het Nedersaksische taalgebied. Voor elk van deze regio’s wordt een beschrijving van telkens ongeveer 50 pagina’s gegeven van de traditionele dialecten en van de ontwikkeling van jongere taalvariëteiten op het continuüm van dialect naar regiolect. De Nederlandse en Vlaamse gebarentaal worden in een apart hoofdstuk besproken. Het Friese taalgebied is te complex om in 50 bladzijden beschreven te worden, en zal mogelijk een eigen deel in de reeks krijgen. Wel komen de Hollands-Friese en de Nedersaksisch-Friese mengdialecten aan bod, dus respectievelijk het 'Stedsk' oftewel Stadsfries en de Stellingwerfse dialecten.

Naast een taalkundige beschrijving van de taalvariëteiten per regio worden ook sociale factoren (zoals geslacht, etniciteit, religie, leeftijd) besproken die invloed hebben op het ontstaan ervan. In het boek komen al met al verschillende benaderingen samen: taalvariatie wordt beschouwd vanuit de dialectologie, de sociolinguïstiek, de formeel-theoretische taalkunde en de taalcontacttheorie.

De bundel maakt deel uit van de reeks handboeken over het thema taal en ruimte, die uitgebracht wordt in de prestigieuze HSK-serie van De Gruyter Mouton (Berlijn). Aan de door Frans Hinskens (Meertens Instituut, KNAW) en Johan Taeldeman (em. Universiteit Gent) geredigeerde bundel, die 47 hoofdstukken bevat, hebben auteurs uit Nederland, België, Duitsland, Engeland, Zuid-Afrika, Australië, de VS en Jamaica meegewerkt. Het boek verschijnt medio november 2013.

Het Meertens Instituut houdt zich bezig met de bestudering en documentatie van Nederlandse taal en cultuur. Centraal staan de verschijnselen die het alledaagse leven in onze samenleving vormgeven. Het Meertens Instituut is een onderzoeksinstituut van de KNAW.