Nieuw rapport Rathenau Instituut: 'Naar de kern van de bio-economie'

24 april 2013

Van biobrandstof tot biopiepschuim, en van bioplastic tot biomedicijnen: de nieuwe bio-economie drijft op plantaardige grondstoffen als graan, hout en algen in plaats van op vervuilende en eindige fossiele brandstoffen.

De Nederlandse overheid en industrie hebben hoge verwachtingen van deze nieuwe groene economie. Energiezekerheid, zelfvoorziening, economische kansen en de overgang naar een werkelijk duurzame economie, zijn de belangrijkste argumenten. Maar als Nederland een voortrekkersrol wil spelen, dan moet het huidige, versnipperde beleid op de schop. Creëer een stabiel investeringsklimaat, zorg voor scherpe duurzaamheidscriteria en maak één minister verantwoordelijk. Dat zeggen onderzoekers van het rapport Naar de kern van de bio-economie: De duurzame beloftes van biomassa in perspectief.

Het Rathenau instituut presenteert vandaag haar aanbevelingen en wil met de Tweede Kamerleden Gerda Verburg (CDA), Liesbeth van Tongeren (Groen Links) en Stientje van Veldhoven (D66) de discussie een stap verder brengen.

Inhoud van het rapport

Het rapport Naar de kern van de bio-economie: De duurzame beloftes van biomassa in perspectief gaat in op de vraag hoe de Nederlandse overheid de overgang naar de bio-economie het best kan begeleiden. De onderzoekers analyseerden daarvoor niet alleen de technologische stand van zaken. Ook het tot nu toe gevoerde Nederlandse beleid rondom de bio-economie komt aan bod. En, niet onbelangrijk: welke maatschappelijke discussies worden er gevoerd op het brede terrein dat de bio-economie behelst? In een terugblik op de geschiedenis wordt duidelijk voor welke maatschappelijke, sociale, en economische inspanningen Nederland komt te staan om een overgang naar een bio-economie te bewerkstelligen.

De winst van de bio-economie

Zowel de overheid als ook de industrie en maatschappelijke organisaties vinden dat er grote economische en ecologische winst kan worden geboekt met de bio-economie. Energiezekerheid, zelfvoorziening, economische kansen en de overgang naar een werkelijk duurzame economie, zijn de belangrijkste argumenten.

Aan- en afvoerroutes

Door zijn geografische ligging, infrastructuur en de Rotterdamse haven, heeft Nederland de goede basis voor de overgang naar een bio-economie. Ook beschikken we over technologische kennis om planten, algen en bomen om te zetten in brandstoffen, medicijnen en plastic. Maar een bio-economie behelst meer. Het vraagt om een nieuwe omgang met onze infrastructuur en productiesystemen. Aan- en afvoerroutes moeten bijvoorbeeld worden aangepast. Die lopen dan niet alleen van de Rotterdamse haven het land in maar ook tussen de bedrijven onderling waarbij het afval van het ene bedrijf weer de grondstof voor het volgende bedrijf kan vormen.

Eén minister verantwoordelijk

Om een transitie van een fossiele naar een groene economie echt van de grond te krijgen, moet de bio-economie een leidend beleidsconcept worden. Maak een einde aan de huidige versnippering van het beleid over verschillende departementen, maak één minister verantwoordelijk en zorg voor een stabiel en aantrekkelijk investeringsklimaat, zodat bedrijven bereid zijn risico's te nemen.
De minister kan zorgen voor scherpe duurzaamheidscriteria, zodat duidelijk is welke biomassa-toepassingen werkelijk milieuvriendelijk zijn en welke niet. Dat zou een herhaling van de problemen met de zogenoemde eerste generatie biobrandstoffen voorkomen die maatschappelijk onder vuur liggen omdat ze beslag leggen op landbouwgrond dat is bestemd voor voedsel.
Een tweede relevante maatregel is het stimuleren van een efficiënte omgang met grondstoffen. Bijvoorbeeld door het verhogen van belasting op grondstof en het verlagen van belasting op arbeid.

Bio-economie is niet per se ‘natuurlijk’

Tot slot wijzen de onderzoekers op het belang van maatschappelijk draagvlak. Duidelijke communicatie over wat de bio-economie wel is en wat niet, verlaagt de kans op maatschappelijke weerstand. Een bio-economie is duurzaam maar niet per se ‘natuurlijk’. Zo maakt genetische modificatie het mogelijk om efficiënt om te gaan met onze gewassen, maar druist een dergelijke technologische ingreep in tegen ons gevoel wat ‘natuurlijk’ is.

Presentatie 'Naar de kern van de bio-economie'

Op donderdag 10 maart presenteert het Rathenau Instituut het rapport Naar de kern van de bio-economie: De duurzame beloftes van biomassa in perspectief. Professor René Wijffels van de Universiteit Wageningen vertelt over de laatste ontwikkelingen op het gebied van algen. Professor Huub de Groot van de Universiteit Leiden zal de beloftes van biosolarcells toelichten. Vervolgens wordt het rapport aangeboden aan de Tweede Kamerleden Gerda Verburg (CDA), Liesbeth van Tongeren (Groen Links) en Stientje van Veldhoven (D66).