Onderzoeker Huygens ING-KNAW wint prijs Belgische Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde

3 juli 2014

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) heeft haar vijfjaarlijkse prijs voor de studie van oudere taal, literatuur en cultuur in de Nederlanden 2014 toegekend aan medioneerlandicus Herman Brinkman van het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis van de KNAW. De uitreiking vindt plaats op 15 oktober 2015.

Herman BrinkmanSinds 2003 reikt de KANTL elk jaar een vijfjaarlijkse prijs uit, afwisselend voor studie van oudere taal, literatuur en cultuur in de Nederlanden, poëzie, proza, podiumteksten en essay. Herman Brinkman is de derde laureaat van de vijfjaarlijkse prijs voor de studie van oudere taal, literatuur en cultuur in de Nederlanden. Eerdere laureaten zijn Louis Peter Grijp (2004) en Helmut Tervooren (2009).

Juryleden waren Karel Porteman, Jozef van Loon, Werner Waterschoot, Frank Willaert en Ann Marynissen en zij besloten hun verslag als volgt:
'Met Brinkman bekroont de KANTL een filoloog die heeft bewezen dat hij de traditionele technieken van zijn vak in al hun breedte tot in de details beheerst maar ze tegelijk weet te verbinden met de nieuwe computationele methodes die de geesteswetenschappen nu stormenderhand veroveren.'

Uit het juryverslag

Herman Brinkmans naam zal verbonden blijven aan de standaardedities van de drie grote Middelnederlandse verzamelhandschriften. Hij legt op het ogenblik de laatste hand aan een monumentale kritische editie van het Gruuthusehandschrift, die in het voorjaar van 2015 zal verschijnen. Brinkman heeft ook talrijke studies gepubliceerd, die telkens weer blijk geven van een buitengewone speurzin in archieven en een dito combinatievermogen.
Elke publicatie van Brinkman mag letterlijk met het helaas aan inflatie onderhevige epitheton 'grensverleggend' worden aangeduid.

Belangrijker nog zijn zijn talrijke studies over de historische context waarin het Gruuthusehandschrift is ontstaan. Zij werpen niet alleen een totaal nieuw licht op de levensloop en de literaire betekenis van Jan Moritoen en Jan van Hulst of op het ontstaansproces van het handschrift, maar ook op de link tussen de teksten in het handschrift en de preoccupaties, ambities en conflicten van de Brugse stedelijke elites van omstreeks 1400.