Promoveren werkt: verkenning van de toekomstbestendigheid van het Nederlandse promotiestelsel

24 maart 2016

Vandaag is de verkenning Promoveren werkt verschenen. Het rapport over de toekomstbestendigheid van het Nederlandse promotiestelsel is door de voorzitters van de KNAW, NWO en de Vereniging van Universiteiten gezamenlijk aangeboden aan minister Bussemaker. De KNAW concludeert dat het Nederlandse promotiestelsel werkt, toekomstbestendig is en hoog gekwalificeerde, onafhankelijk denkende mensen aflevert. Wel is het zaak promovendi beter voor te bereiden op een loopbaan buiten de wetenschap.

KNAWVerkenningPromoverenWerkt Carolyn Ridsdale

Conclusies

De KNAW concludeert dat de kwaliteit van de academische promotie in Nederland goed is, en voldoende gewaarborgd. De ervaring heeft geleerd dat gepromoveerden uitstekend hun weg vinden binnen en buiten de academische wereld. De hoge kwaliteit is niet los te zien van de duur van een promotietraject: in de regel vier jaar. Een promotietraject van drie jaar is ook denkbaar, mits voorafgegaan door een gedegen tweejarige onderzoeksmasteropleiding. Een nog korter promotietraject doet afbreuk aan de kwaliteit.
De KNAW concludeert verder dat net als in andere landen verschillende modellen van de arbeidsrechtelijke status van de promovendus naast elkaar zouden kunnen bestaan. Maar voor zover de financiële middelen dat toestaan bepleit de KNAW toch een dienstverband voor promovendi.

Aanleiding

Het Nederlandse promotiestelsel wordt gezien als een degelijk stelsel, dat goede gepromoveerden aflevert. Tegelijkertijd zijn er tal van ontwikkelingen die het stelsel beïnvloeden, zoals de trend om het promotietraject in te korten, de wens van politiek en samenleving om vraag en aanbod van gepromoveerden beter op elkaar af te stemmen en de uitbreiding van het ius promovendi. Het is tegen die achtergrond dat de KNAW de toekomstbestendigheid van het Nederlandse promotiestelsel heeft verkend.

Aanbevelingen

De KNAW adviseert de minister van OCW onderzoek te laten doen naar de arbeidsmarktperspectieven van gepromoveerden, rekening houdend met verschillen tussen wetenschapsgebieden en maatschappelijke sectoren. Daarbij moet in ieder geval ook de behoefte van potentiële werkgevers aan andere promotietrajecten aan de orde komen.
De universiteiten wordt geraden de termijn van vier jaar voor de nominale duur van het promotietraject in stand te houden en te waken voor overschrijding ervan. Als sprake is van een traject van drie jaar, moet de universiteit zorgen voor regelmatige beoordeling van de kwaliteit van de promotieopleiding.
Tijdens het promotietraject moeten universiteiten expliciet aandacht besteden aan oriëntatie op de arbeidsmarkt, bij voorkeur in samenwerking met potentiële werkgevers.

Ten slotte adviseert de KNAW de universiteiten een extra controle uit te voeren op de kwaliteit van de academische promotie indien het proefschrift bestaat uit publicaties met meerdere auteurs. In die gevallen moet de rol en de bijdrage van de promovendus worden geëxpliciteerd. Buitenlandse coauteurs moeten niet worden betrokken bij de beoordeling van het proefschrift.

Bestellen of downloaden