Ingezonden brief NRC Handelsblad

Reactie Hans Clevers op het herzien van de plannen geesteswetenschappen

7 april 2014

Vandaag staat in NRC Handelsblad onderstaande ingezonden brief van Hans Clevers, president van de KNAW.

Tijd voor de feiten

In de krant van zaterdag riep Marc Chavannes de bewindslieden van OCW op ‘iets te doen aan deze KNAW'. Hij wraakte de wijze waarop de KNAW haar zeventien onderzoeksinstituten bestiert. Ik zet graag voor hem en voor u de feiten op een rijtje.

De afgelopen vijftien jaar heeft de KNAW haar levenswetenschappelijke instituten ingrijpend aangepast. Met succes: de vier instituten behoren tot de internationale top. In mijn vorige functie gaf ik mede uitvoering aan dit beleid, als directeur van het Hubrecht Instituut. Tien jaar lang werkte ik schouder aan schouder met de andere zestien instituutsdirecteuren. Ik leerde dat de grote uitdagingen voor onderzoeksinstituten generiek en disciplineonafhankelijk zijn. Onderzoeksinstituten zijn, waar ook ter wereld, geprivilegieerde omgevingen; unieke plekken om topwetenschap te bedrijven zonder onderwijslast of publicatiedruk. Het gevaar van dat privilege? Zelfgenoegzaamheid, introversie, inteelt en vergrijzing. Ook KNAW-instituten zijn hiervoor niet immuun.

In 2012 kwam het KNAW-bestuur met de directeuren van vijf geestes-wetenschappelijke instituten (Huygens ING, IISG, KITLV, Meertens Instituut en NIOD) een ambitieus  vernieuwingsprogramma overeen. Het programma is opgesteld en ondertekend door alle betrokken directeuren. Kernelementen van het plan: verjonging van de wetenschappelijke staf, het aantrekken van internationaal talent, investeren in informatietechnologie en het intensiveren van onderlinge samenwerking, geholpen door gezamenlijke huisvesting in Amsterdam. De KNAW investeert €15 miljoen in dit plan. Het NIAS sloot zich eigener beweging aan bij het gezelschap. Een verhuizing van de Wassenaarse duinen naar een monumentaal pand aan de Kloveniersburgwal past volgens het NIAS prima in haar strategie 'Van klooster naar bijenkorf'.

Ondanks zijn initiële commitment – zijn directeur trok de kar zelfs geruime tijd – ontstonden bij het NIOD bezwaren. Bezwaren waaraan het KNAW-bestuur tegemoetkwam door de plannen aan te passen. Zo leidde de uitgesproken voorkeur van het NIOD tot de keuze voor het Koninklijk Instituut voor de Tropen als locatie.  Waarna weer andere bezwaren werden opgevoerd. Gaandeweg verloren de overige instituten hun vertrouwen in een vruchtbare samenwerking met het NIOD.
Tegen deze achtergrond is,  in intensief overleg met OCW (geen zorgen voor Chavannes dus op dit front), besloten om het NIOD uit het vernieuwingsprogramma te halen. De vernieuwing wordt nu gerealiseerd met de vijf  instituten die de ambitieuze doelen wel onderschrijven. De komende maanden actualiseren de directeuren van deze vijf de plannen uit 2012 en formuleren een voorstel voor besteding van het budget. Ook over de locatie moet opnieuw worden nagedacht.

Chavannes bekritiseert bestuursbesluiten over individuele instituten. Sommige besluiten houden verband met de beschreven vernieuwingsoperatie. Andere, pijnlijke besluiten hebben een geheel andere oorzaak: de ons opgelegde bezuinigingen ten bedrage van bijna 20%, waarmee de baan van een op de vijf KNAW-onderzoekers op de tocht staat. Ik licht deze laatste besluiten toe en maak het niet mooier dan het is.

Door Chavannes genegeerd is de beëindiging door OCW van de financiering van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI-KNAW). Een vliegensvlugge evaluatie van het NIDI toonde haar onvervangbare rol aan. Samen met de Rijksuniversiteit Groningen werd een reddingsplan opgesteld. Twee weken geleden hebben we de redding van het instituut kunnen vieren.

Dan het KITLV. De collectie van het instituut, geen eigendom van de KNAW, wordt inclusief personeel overgenomen door de Leidse Universiteitsbibliotheek. Bezuinigingen op collectiebeheer worden deels geherinvesteerd in wetenschap. De KNAW-staf wordt door de Universiteit Leiden bij de collectie gehuisvest. Een tweede voorbeeld van schadebeperking door bezuinigingen, door samenwerking met een universitaire partner.

Het pijnlijkste besluit raakt het ICIN – een netwerk voor de cardiologen van de acht UMC’s. Het ICIN doet zelf geen onderzoek, maar beheert projecten van en voor de UMC’s. Hoewel de KNAW het belang van dit netwerk onderschrijft, is het een vreemde eend in de bijt. In 2015 zal het instituut gesloten worden. Momenteel wordt met een aantal partijen gesproken over een doorstart van de netwerkactiviteit van het ICIN. Voor een mogelijke overbrugging reserveert de KNAW € 2 miljoen.
Deze  bezuinigingsmaatregelen tellen op tot een pijnlijk, maar beperkt verlies van arbeidsplaatsen. Tegelijkertijd wordt de wetenschappelijke kwaliteit van de instituten niet bedreigd – zij zal in de geesteswetenschappen zelfs substantieel toenemen. Het is dan ook mijn stellige overtuiging dat de KNAW, ondanks haar aanzienlijke bezuinigingsopdracht, op een verantwoorde manier de toekomst van haar nationale wetenschappelijke erfgoed verzekert.

Hans Clevers, President KNAW