Persbericht NIOO-KNAW

Uitsterven grote planteneters veroorzaakte enorme veranderingen in landschap

27 oktober 2015

Het uitsterven van grote planteneters zoals mammoeten blijkt ingrijpende prehistorische veranderingen in plantengroei en landschap te verklaren. Die kwamen dus niet alleen door klimaatverandering, zoals eerder gedacht.

Plantenetende reuzen

De gevolgen zien we vandaag de dag nog, zoals de toegenomen kans op natuurbranden en een verstoring van de voedingsstoffen-kringloop. Een internationaal team onder leiding van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) publiceert dat deze week in Proceedings of the National Academy of Sciences USA (PNAS).

Mammoeten, reuzenluiaards, buideldieren zo groot als neushoorns ... De invloed van deze en vele andere plantenetende reuzen op hun omgeving blijkt nu bijzonder groot te zijn geweest. Een bijzondere combinatie van moderne en paleo-ecologen onderzocht het effect van het uitsterven van deze grote grazers in de prehistorie. Ook hedendaagse grazers - juist ook in combinaties, van groot tot klein - veranderen het landschap van bosrijk naar meer open. Gegevens vanuit beide tijden maken nu het beeld van zulke ‘ecosysteem-ingenieurs’ compleet.

Ecosysteem-ingenieurs

Met nieuwe technieken konden de paleo-ecologen achterhalen dat struiken en bomen steeds talrijker werden na het uitsterven van de grote planteneters in het Late Pleistoceen, vanaf ongeveer 50.000 jaar geleden. Zo zijn er bepaalde ‘poepschimmels’ die alleen in de oude bodemlagen terug te vinden waren als er ook poep van deze dieren aanwezig was. Pas als er nog maar weinig poepschimmels (en dus grote grazers) waren te vinden, liepen de aantallen stuifmeelkorrels van de houtige gewassen op. Ook waren er grote veranderingen in de soorten planten. Maar hoe kwam dat?

Onderzoeksleider Liesbeth Bakker van het NIOO-KNAW legt uit: 'Grote planteneters zijn niet slechts lijdzame slachtoffers. Nee, ze veranderen hun omgeving echt actief. Dit heeft grote gevolgen voor andere soorten, en voor de structuur van het hele landschap.' Ook de verspreiding van hun poep en vooral de voedingsstoffen erin heeft fikse invloed op de bodemvruchtbaarheid.

Meer informatie

Lees het volledige bericht op de website van het NIOO-KNAW.

planten etende reuzen Pleistoceen landschaRoman Uchytel (http://prehistoric-fauna.com). Een (Brits) Pleistoceen landschap tijdens een tussenijstijd loopt vol met holenleeuw (Panthera spelaea), een olifantensoort (Palaeoloxodon antiquus), een neushoorn (Stephanorhinus hemitoechus), steppewisent (Bison priscus), oeros (Bison primigenius) en nijlpaard (Hippopotamus amphibius). Alleen het nijlpaard komt vandaag de dag ook nog voor.

Het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO)

Het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) is met ruim 200 medewerkers en studenten een van de grootste onderzoeksinstituten van de KNAW. Het is gespecialiseerd in de ecologie van het zoete water en het land. Sinds 2011 is het gevestigd in een duurzaam gebouwd onderzoekspand in Wageningen.


Logo NIOO