Waarde van wetenschap overstijgt economisch rendement

15 november 2013

Wetenschap draagt bij aan welvaart en welzijn, dat zal vrijwel niemand betwisten. Maar wat leveren investeringen in kennis nu eigenlijk concreet op? De KNAW-commissie ‘Waarde van wetenschap’ verkende de mogelijkheden om het rendement van publieke investeringen in kennis – in kennisinstellingen en kenniswerkers – te kwantificeren.

Op 15 november 2013 ontving staatssecretaris Sander Dekker van OCW het eerste exemplaar van het rapport Publieke kennisinvesteringen en de waarde van wetenschap uit handen van KNAW-president Hans Clevers.

Als het Centraal Planbureau (CPB) politieke programma’s doorrekent op hun financiële consequenties – een waardevolle en wereldwijd unieke praktijk – beperken publieke investeringen in kennis en onderzoek zich tot hun bestedingseffect: ze vergroten slechts de overheidsuitgaven. Dat belemmert het zicht op de werkelijke waarde van wetenschap en maakt bezuinigen eenvoudiger. De commissie onder voorzitterschap van econoom Luc Soete geeft aan dat zij kansen ziet om het rendement van investering in wetenschap meetbaar te maken. Voorop staat dat de waarde van wetenschap veel breder is dan de puur economische opbrengst van wetenschap, die meetbaar is als bijdrage aan het bruto binnenlands product (bbp).

Macro-economische benadering

Hans Clevers overhandigt Waarde van wetenschap aan staatssecreataris Sander Dekker (OCW)Op micro-economisch niveau is het mogelijk de opbrengsten van investeringen en/of beleidsmaatregelen op een bepaald deelgebied van wetenschap te kwantificeren. Het CPB experimenteert al met het evalueren en doorrekenen van kennisinvesteringen door het combineren van dit type econometrische effecten. Voor het macro-plaatje levert dit onvoldoende op, omdat de positieve externe effecten van wetenschap – die moeilijk te kwantificeren zijn - niet worden meegeteld.
De commissie pleit dan ook allereerst voor een macro-economische benadering die het effect van wetenschap op het bbp in kaart brengt. Dit type econometrische studies is weliswaar beschikbaar, maar de uitkomsten zijn niet eenduidig. Een econometrische studie gericht op de Nederlandse situatie die verschillende modelspecificaties systematisch vergelijkt over een langere periode zou dan ook een belangrijke eerste stap zijn.

Verschillende disciplines

Om meer inzicht te krijgen in het economisch rendement van publieke kennisinvesteringen zou de Nederlandse situatie afgezet kunnen worden tegen die van landen met een vergelijkbaar wetenschapssysteem. Essentieel is verder dat het effect van wetenschapsbeleid alleen zinnig beoordeeld kan worden op de lange termijn: daar doet het effect zich voor.
Het meten van de totale economische en maatschappelijke waarde van wetenschap is niet eenvoudig. Het verdient daarom aanbeveling wetenschappers uit verschillende disciplines samen te brengen om methoden te vinden die deze bredere waarde van wetenschap beter belichten.

Wetenschapsbeoefening is internationaal. Om gebruik te kunnen maken van in het buitenland geproduceerde kennis is ‘absorptiecapaciteit’ nodig. Dat betekent dat juist een klein land als Nederland moet blijven investeren in wetenschap, enerzijds dus om nieuwe kennis te kunnen creëren en op peil te houden, en anderzijds om kennis ‘van buiten’ te kunnen verwerken. In een kwantitatieve beleidsanalyse van wetenschapsbeleid moet ook de rol van de absorptiecapaciteit worden meegewogen.

Het verkenningsrapport Publieke kennisinvesteringen en de waarde van wetenschap kunt u bestellen of downloaden op de website van de KNAW.