Biologieonderwijs: een vitaal belang

Advies van de Biologische Raad

Biologische Raad (BR)

2003 | 40 pagina's | ISBN 90-6984-393-5 | gratis

Voor het biologieonderwijs heeft de Biologische Raad van de KNAW, samen met het Nederlands Instituut voor Biologie (NIBI) en de Nederlandse Vereniging voor Onderwijs in de Natuurwetenschappen (NVON) het rapport Biologieonderwijs: een vitaal belang gemaakt. Het geeft een beeld hoe de inrichting van het biologieonderwijs in het hele onderwijstraject 'van vier tot achttien jaar', en op alle onderwijsniveaus er uit zou moeten zien. In het rapport is ook veel aandacht voor (de rol van) docenten in het basis- en voortgezet onderwijs. Uitgangspunt is dat alle burgers een algemene vorming op het gebied van biologie moeten hebben om belangrijke kwesties als voedselveiligheid, natuurbescherming, biotechnologie, erfelijkheid en dergelijke te kunnen beoordelen (op waarde te kunnen schatten). Dat vereist, aldus de Biologische Raad, samenhangend biologieonderwijs. Enerzijds betekent dat dat de lesstof voor basisonderwijs, basisvorming en bovenbouw van vmbo, havo en vwo op elkaar moet aansluiten. Anderzijds is het nodig dat de leerlingen beter begrijpen dat biologische processen op verschillende organisatieniveaus met elkaar samenhangen, en wat het verband is met maatschappelijk relevante vraagstukken. In het rapport pleiten de biologen ervoor om een masterplan met doorlopende leerlijnen in het hele onderwijs te ontwerpen. Dat zou in de komende tien jaar moeten worden ingevoerd, en ook gevolgen hebben voor de kerndoelen en examenprogramma's. Het plan staat of valt met de deelname van leraren in alle geledingen van het onderwijs: alleen als die bereid zijn om mee te werken, en om hun expertise verder te ontwikkelen kan de vernieuwing succes hebben. Daarvoor is ondersteuning in de vorm van leermiddelen, nascholing en begeleiding nodig.