Een beeld van een academie

Mensen en momenten uit de geschiedenis van het Koninklijk Instituut en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschapppen, 1808-1998

Klein, P.W. (samenstelling) m.m.v. Klein-Meijer, M.A.V., Houten, I.J. van

1998 | 240 pagina's | ISBN 90-6984-209-2 | gratis

De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) is al bijna tweehonderd jaar een belangrijke factor in het wetenschappelijke leven in Nederland, maar wat werkelijk gebeurt achter de zware zandstenen muren van het Trippenhuis, is voor velen onbekend. Dit feestelijke boek, uitgegeven ter gelegenheid van het 190-jarig jubileum van de Akademie, biedt een uniek kijkje in de keuken van deze organisatie. Het is geen traditioneel gedenkboek of droge bedrijfsgeschiedenis geworden, maar een rijk geïllustreerde verzameling verhalen. Voor elk jaar uit de periode 1808-1998 wordt een interessante gebeurtenis uit de geschiedenis van de Akademie beschreven, waardoor het boek een caleidoscopisch karakter heeft gekregen. De bijdragen in dit boek geven een boeiend beeld van het wetenschappelijk leven in Nederland door de beschrijving van belangrijke uitvindingen en internationale discussies. Zo is te lezen hoe Kamerlingh Onnes in de zomer van 1908 vloeibaar helium wist te isoleren in zijn laboratorium in Leiden en hoe de correspondentie verliep tussen fysioloog F.C. Donders en evolutietheoreticus Charles Darwin over het vleesetende plantje zonnedauw. De regering heeft ontelbare keren een beroep gedaan op de expertise van de leden van de KNAW. Vanaf 1857 heeft een commissie van geleerden zich tien jaar lang gebogen over de paalwormenplaag, die de Nederlandse dijken al sinds het begin van de achttiende eeuw teisterde. Even fascinerend zijn de pogingen van Akademielid Van Swinden om het metrieke stelsel in Nederland in te voeren. Van Swinden was in 1798 uit Parijs teruggekeerd met een koffer vol standaardmaten en gewichten, maar het kostte meer dan vijftig jaar onderzoeken en onderhandelen voordat de kilo en meter werden ingevoerd. Een beeld van een academie biedt ook een grote verzameling anekdotes over kleurrijke geleerden. Zo was de astronoom Jan Hendrik Oort een liefhebber van de hemelse klanken in het heelal die alleen met speciale apparatuur te beluisteren zijn en blijkt de eminente sanskritist Jan Gonda (1905-1991) die talloze boeken over de taal en cultuur van India heeft geschreven, het land nooit bezocht te hebben. Dit boek is een aanrader voor iedereen met belangstelling voor het wetenschappelijk bedrijf van de afgelopen twee eeuwen.