1812 - Het Trippenhuis: de permanente zetel van de KNAW

De geschiedenis van de KNAW is sinds de oprichting als 'Koninglijk Instituut' verbonden geweest met het Trippenhuis aan de Amsterdamse Kloveniersburgwal. In de eerste jaren had het instituut geen eigen gebouw en vergaderden de leden op verschillende plaatsen in de stad. De jaarlijkse algemene vergaderingen vonden plaats in het linkerdeel van het Trippenhuis.

Het linkerdeel van het dubbele pand was in het bezit van Cornelis Roos, een kunstverzamelaar, dichter en lid van de vierde klasse van de Akademie. Hij had het huis in 1797 van de familie Trip overgenomen.

Machtig paleis voor kunsten en wetenschappen

Lodewijk Napoleon wilde alle instituten en musea die hij in het leven had geroepen samenvoegen in een machtig Paleis der Kunsten en Wetenschappen. Maar helaas, de politieke ontwikkelingen waren hem niet goedgezind. Napoleon haalde hem terug naar Frankrijk en maakte Nederland tot deel van Frankrijk.

Intussen hadden de leden van het instituut hun oog laten vallen op het leegstaande rechterdeel van het Trippenhuis. Dankzij bemiddeling van de 'maire' van Amsterdam konden zij met de stad een huurcontract voor het rechterdeel afsluiten. Vanaf 25 mei 1812 kwamen de vier klassen op de Kloveniersburgwal bij elkaar.

 

Deftig gebouw

Iedereen vond het prachtig: 'Het instituut is nu in een gebouw gehuisvest, tot alle deszelfs verrigtingen geschikt, en dat in deftigheid met hetgeen deze vergadering, door den Keizer daargesteld, betaamt, en met den luister welke de Derde Stad des Rijks behoort te kenmerken, overeenkomt.'

Cornelis Roos had het noordelijke pand inmiddels verkocht aan het rijk. In 1814 werd de andere helft van het pand ingericht als 's Lands Museum en kwam de Nachtwacht er te hangen. Als de geleerden moesten vergaderen, bleef de deur van het museum dicht.