1923 - Advisering: de Biologische Raad van Nederland

Zoals het een geleerd genootschap betaamt, bemoeit de KNAW zich van oudsher overal mee waar de wetenschap in het spel is. De vervlechting van wetenschap en maatschappij is niet iets van de laatste jaren. Het geven van gevraagde en ongevraagde adviezen beschouwt de Akademie als een van haar belangrijkste rechten van bestaan.

In 1857 stelde de Akademie een advies op over de zelfontbranding van steenkool, in 1898 over de gehorigheid van gevangenissen, in 1951 over aardstralen en in 1997 over de terugloop van bètastudenten. Werden adviezen aanvankelijk overgelaten aan verstandige leden of speciaal daarvoor in het leven geroepen commissies, tegenwoordig doen raden en vaste adviescommissies dat in een gestroomlijnd proces.

Goed voorbeeld doet volgen

De oudste is de Biologische Raad, ingesteld in 1959. De geschiedenis van de raad gaat terug tot 1923, toen de noodzaak van internationale samenwerking in de levenswetenschappen steeds dwingender werd. Bij de oprichting was de 'Biologische Raad van Nederland' vooral een orgaan van universiteiten en biologische verenigingen. Maar in 1948 werd de Akademie erbij betrokken: de Afdeling Natuurkunde zou voortaan de voorzitter van de raad aanwijzen.

Toen in de jaren vijftig de Akademie had besloten dat de instelling van raden de beste manier was om de regering van advies te voorzien, lag het voor de hand de Biologische Raad als eerste onder de vleugels te nemen. In 1959 werd de raad geïnstalleerd als de eerste permanente wetenschappelijke adviesraad van de Akademie. De tweede, in hetzelfde jaar ingesteld, was de Sociaal-Wetenschappelijke Raad.

Adviesraden en -commissies

De KNAW heeft nu vijf adviesraden. In deze adviesraden zitten leden van de KNAW, maar ook wetenschappers van universiteiten, onderzoeksinstituten en uit het bedrijfsleven. Zo is een ruime kring van deskundigen betrokken bij de activiteiten van de KNAW.