Het Trippenhuis

Van wapenhandel tot wetenschapsbedrijf

De gebroeders Louys (1605-1684) en Hendrick Trip (1607-1666) waren wapenhandelaren. Zij lieten het Trippenhuis bouwen, dat later de permanente zetel werd van het Koninklijk Instituut voor Wetenschappen.

De broers Trip hadden tijdens hun jeugd een aantal jaren in Zweden doorgebracht waar hun oom Louys de Geer (1587-1652) een sterke positie had verworven in de wapenhandel en -industrie. Na de overname van een grote ijzergieterij in het Zweedse Julethabruk verliep de handel voor de broers zo goed, dat zij in 1655 besloten een eigen huis te laten bouwen.

De broers wensten voor hun firma Louys & Hendrick Trip kooplieden in waepenen, geschut, cogels & amonitie van oorloge een dubbel woonhuis in Amsterdam, zodat zij in dit pand de handel samen konden voortzetten. Als locatie kozen zij de Kloveniersburgwal, vlak bij de Sint Antonies Waag op de Nieuwmarkt.

De bouw van het Trippenhuis

Justus Vingboons (1620/21-1698) heeft het Trippenhuis ontworpen. Het is waarschijnlijk dat de gebroeders Trip in Zweden met het werk van de jonge Hollandse architect kennismaakten. Vingboons werkte daar van 1653 tot 1656 en voltooide in Stockholm het Riddarhuset.

In mei 1660 startte de bouw van het Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal. Exact twee jaar later trokken Hendrick Trip en zijn vrouw Johanna de Geer in het noordelijke huis en Louys Trip en zijn vrouw Emerentia Hoefslager in het zuidelijke.

Het Rijksmuseum en het Koninklijk Instituut van Wetenschappen

Het Trippenhuis bleef tot begin negentiende eeuw in eigendom van de familie Trip. Vanaf 1812 kreeg het een geheel nieuwe bestemming, toen koning Lodewijk Napoleon er het door hem in 1808 opgerichte Koninklijk Instituut van Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten in vestigde, de voorloper van de huidige Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. In de periode 1815 tot 1885 was het Rijksmuseum in het Trippenhuis gevestigd.

Tot op heden is het Trippenhuis de zetel van de Akademie gebleven.