Werken voor de wetenschap: Westerdijk Institute

Deze keer vertellen Pedro Crous en Lorenzo Lombard, respectievelijk directeur en postdoc bij het Westerdijk Fungal Biodiversity Institute over hun passie, de KNAW en de taak van de wetenschap.Het vernieuwende onderzoek van het Westerdijk Institute draagt bij aan het in kaart brengen en begrijpen van schimmel, en vormt zo de basis voor de aanpak van grote uitdagingen, bijv. rond voedselproductie en gezondheid.

Dr. Lorenzo Lombard

Lorenzo 120 breed.jpgPostdoc Lorenzo Lombard is betrokken bij het PROMISE-onderzoek naar de bestrijding van het onkruid Striga, dat de Sorghum-plant (een belangrijke voedselbron in Ethiopië) bedreigt. Hij zoekt naar bodemschimmels die de groei of verspreiding van Striga afremmen.

Wat is er mooi aan het werken bij het Westerdijk Fungal Biodiversity Institute?
‘De enorme diversiteit aan kennis over schimmels en wat schimmels kunnen doen. Ze kunnen plantenziekten veroorzaken, maar ook dienen als medicijn voor mensen. Wij combineren klassieke methoden - zoals schimmels bestuderen door de microscoop of kweken op petrischalen - met moderne DNA-technieken. De kennis die wij hier vergaren, is weer de basis voor andere onderzoekers. Onze collectie is echt een schatkamer.’ 

Het Westerdijk Institute doet fundamenteel onderzoek aan schimmels. Wat hebben we daaraan in het dagelijks leven?
‘Zonder schimmels kunnen we niet leven. We eten gistbrood en kaas en - boven de achttien - drinken we bier. Allemaal producten die je zonder schimmels niet kunt maken. Maar er zijn nog zoveel meer toepassingen. Zo kunnen we bepaalde schimmels gebruiken om insecten te bestrijden. Die raken beschimmeld en gaan dood. Schimmels kun je heel specifiek op één soort richten. Je hebt dus veel minder randschade dan bij chemische bestrijdingsmiddelen.’ 

U komt uit Zuid-Afrika: wat is het grootste verschil tussen Zuid Afrika en Nederland?
‘In Nederland gaan dingen sneller dan in Afrika. Het tempo hier past beter bij mij dan het langzame tempo van Zuid Afrika, je kunt hier goed voortgang maken. De toegang tot technologie in Nederland is beter. En de arbeidsvoorwaarden hier zijn beter, zo hebben we bijvoorbeeld ouderschapsverlof. Het enige negatieve hier is het weer, maar daar klagen Nederlanders zelf ook over.’ 

Johanna Westerdijk had als motto: ‘werken en feesten vormt schoone geesten’. Welk feest staat in uw geheugen gegrift?
‘Eenmaal per jaar hebben we een feest met alle mensen van onze groep. Iedereen kookt dan eten uit zijn of haar land. Dat is altijd geweldig leuk. En we hebben ook barbecues met het hele instituut. Lekker en gezellig.’

Diversiteit in de natuur is cruciaal. Heeft u voorbeelden van de meerwaarde van diversiteit binnen uw instituut of onderzoeksteam?
‘Ik heb geen concrete voorbeelden. Ik heb altijd in heel divers samengestelde groepen gewerkt qua afkomst, geslacht, leeftijd enzovoort. Het zijn vaak kleine, ongemerkte dingen die je van elkaar leert. Net een iets andere kijk of benadering. Of een wijze raad van een oudere wetenschapper.’

Bij welk ander KNAW instituut zou u (weer) eens een kijkje willen nemen?
‘Bij het NIOO-KNAW. Dat lijkt me een erg fijn instituut. Ik kom er wel eens in verband met het PROMISE-onderzoek. Dat wordt vanuit het NIOO geleid. Zij kijken naar de ecologie als geheel, en wij kijken dan weer specifiek naar de schimmels. Ze hebben een prachtig gebouw, met mooie faciliteiten.’ 

De KNAW is o.a. de stem en het geweten van de wetenschap. En pleitbezorger van fundamenteel onderzoek. Waarmee zou de KNAW nog meer aan de slag moeten?
‘Het is erg moeilijk om aan geld voor onderzoek te komen. Dus ik zou zeggen: “zorgen dat er meer fondsen komen”. De KNAW kan die zelf werven, maar moet ook de politiek bewerken. En misschien kan de KNAW ook meer inzichtelijk maken waar ze allemaal aan werken op het stafbureau in het Trippenhuis. Ik kijk wel op de site, maar ik vind daar toch niet altijd wat ik zou willen weten.’



Interviews: Carel Jansen