Caroline Klaver

Oogziekten worden in hoog tempo belangrijker: nu al telt Nederland meer dan 300.000 blinden en slechtzienden. Door de vergrijzing zal dat aantal de komende jaren nog explosief groeien. Caroline Klaver, tegelijk wetenschappelijk onderzoeker én oogarts, is een drijvende kracht achter het onderzoek naar de diepere oorzaken achter enkele van de meest voorkomende oogafwijkingen.

Over de laureaat

Caroline Klaver (1967) studeerde Geneeskunde en klinische epidemiologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Ze promoveerde er cum laude en deed enkele jaren onderzoek aan twee Amerikaanse universiteiten: de University of Iowa en Columbia University. In 2003 kwam ze terug naar Rotterdam. Ze is nu hoogleraar epidemiologie en genetica van oogziekten, oogarts en epidemioloog bij het Erasmus MC.

Behalve een Ammodo KNAW Award kreeg ze onder meer een NWO Vidi-premie.

GENETISCHE EN OMGEVINGSFACTOREN VOOR OOGZIEKTEN

Klaver is een allesdoener. Naast fundamenteel onderzoek bij muizen en zebravissen leidt ze grote epidemiologische onderzoeksprojecten. Tussendoor voert ze ook nog staaroperaties uit. Met die brede interesse slaat ze bruggen tussen enerzijds fundamenteel en epidemiologisch onderzoek en anderzijds de klinische praktijk.Vanuit het Erasmus MC in Rotterdam coördineert Klaver internationaal onderzoek naar de invloed van genen en omgeving op vier belangrijke oogafwijkingen: bijziendheid (myopie), leeftijdsgebonden maculadegeneratie, retinale dystrofie en glaucoom (‘groene staar’). Voor één internationaal onderzoeksconsortium (‘CREAM’) nam ze zelf het initiatief. Ook neemt ze deel aan algemene cohortstudies zoals The Rotterdam Study en Generation R. Klaver ontdekte al dat maculadegeneratie een sterke erfelijke component heeft. Inmiddels kennen we dertig risico-verhogende genen (zelf ontdekte ze de eerste ervan). Maar haar werk bewees dat roken, slechte voeding en weinig beweging een genetische aanleg ook flink versterken.

Het door Klaver geleide CREAM-consortium deduceerde uit gegevens van meer dan 45.000 Europeanen en Aziaten dat ook bijziendheid sterk erfelijk is. Eén op de drie Nederlanders heeft er aanleg voor, in Azië is dat zelfs tachtig procent. Al ruim honderd genen werden ontdekt die het risico verhogen. Maar ook hier beïnvloedt de omgeving het overgeërfde risico: kinderen die veel lezen lopen meer kans later een ‘negatieve bril’ nodig te hebben dan kinderen die veel buiten spelen.

Klaver: ‘Bij het Erasmus MC zoeken we al meer dan vijftien jaar naar oorzaken van ernstige oogziekten. Daarvoor hebben we projecten opgezet waarin duizenden mensen regelmatig worden getest en onderzocht op eventuele oogafwijkingen zoals bijziendheid, retinale dystrofie, glaucoom. We willen veranderingen in het oog vastleggen op het moment dat ze nog heel klein zijn, en ze dan volgen in de tijd. Daarvoor moeten heel veel oogonderzoeken worden gedaan en heel veel scans worden gemaakt en geanalyseerd met heel dure apparaten. Dankzij de Ammodo KNAW Award kan ik nu scans en netvliesfoto’s die de afgelopen jaren noodgedwongen bleven liggen, alsnog digitaliseren en door computers laten analyseren. Bovendien kan ik de komende jaren belangrijke apparatuur aanschaffen en heb ik een goed opgeleide ‘perimetriste’ kunnen aanstellen, een medewerker die bij onze proefpersonen gezichtsveldonderzoek kan doen. Dat is essentieel voor mijn onderzoek naar de ontwikkeling van retinale dystrofieën. Want mijn uiteindelijke doel is natuurlijk om nieuwe wegen te vinden voor de preventie en de behandeling van oogziekten die nu nog grotendeels onbehandelbaar zijn.’