Job Koelewijn

Job Koelewijn heeft de Dr. A.H. Heinekenprijs voor de Kunst 2006 ontvangen voor 'zijn rijkgeschakeerde, poëtische oeuvre'.

58.jpgJob Koelewijns werk heeft een conceptueel karakter en is tegelijk sterk zintuiglijk. Al op de Gerrit Rietveld Academie trok Koelewijn de aandacht met zijn afstudeerproject waarvoor hij bij wijze van reinigingsritueel zijn in traditioneel Spakenburgs kostuum geklede moeder en tantes het glazen tentoonstellingspaviljoen van Gerrit Rietveld blinkend schoon liet poetsen. Het werk dat hij sindsdien heeft gemaakt, varieert van foto's en films tot architectonische constructies, van kleine objecten tot ruimtevullende installaties. Zo bedekte hij de vloer van een middeleeuwse zaal in Middelburg met spaghetti die onder de voeten van de bezoekers verkruimelde, op de wanden van een ruimte op de Biënnale in Venetië bracht hij zoetgeurend babypoeder aan, van het uitzicht op stedelijke en landschappelijke omgevingen maakte hij een 'filmscherm' door er een bioscoopzaal voor te zetten. Koelewijn gebruikt veel tekst in zijn beeldende werk, vooral poëzie, van Marsman tot Beckett, en materialen die ook appelleren aan de tastzin, de reuk en het gehoor. Het is werk van een grote fragiliteit en zuiverheid die net als reinheid worden gethematiseerd; het is bij alle 'verhaal' zeer beeldend en fantasierijk in de uitvoering en direct aansprekend. Koelewijns kunst voegt zich niet makkelijk naar de commercie, veel ervan wordt gemaakt voor tentoonstellingen en is tijdelijk van aard.

Over de laureaat

Job Koelewijn (geboren in Spakenburg, 1962) woont en werkt in Amsterdam. Hij volgde van 1987 tot 1992 een opleiding aan de Gerrit Rietveld Academie te Amsterdam en daarna nog een jaar aan het Sandberg Instituut. In 1996 vertrok hij voor een jaar naar New York als artist in residence bij PS1, een centrum voor hedendaagse kunst verbonden aan het MoMA. Koelewijn heeft deelgenomen aan talrijke tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Zo was hij in 1999 en in 2001 vertegenwoordigd op de Biënnale van Venetië. In 2005 had hij een overzichtstentoonstelling in Museum De Paviljoens in Almere (People can only deal with the fantasy when they are ready for it). Werk van hem is aangekocht door het Stedelijk Museum in Amsterdam (de installatie Time machine was een van de laatste aankopen van oud-directeur Fuchs) en vele andere grote musea in binnen- en buitenland.
Solotentoonstellingen heeft hij sinds 1995 bij Galerie Fons Welters in Amsterdam. Voor de expositie The World is my Oyster liet hij bijna de volledige achterwand van de galerie weghakken om zo een fraaie omlijsting te creëren van de achtertuin van de buren. Op dit moment, nog tot 13 mei a.s., is er opnieuw een tentoonstelling van Koelewijns werk bij Fons Welters te zien. Doorlopende voorstelling toont vier monumentale werken, waaronder een boekenkast in de vorm van een lemniscaat.
Job Koelewijn ontving eerder de Charlotte Köhler Prijs (1996), de Sandbergprijs (1999) van het Amsterdamse Kunstenfonds en de Nebest Award (2002), voor kunstenaars die op een opvallende manier het thema bouw en constructie in hun kunst verwerken.
In 2003 verscheen bij Galerie Fons Welters de monografie History, Future.

koelewijn01.jpg koelewijn02.jpg koelewijn02a.jpg
koelewijn07.jpg koelewijn04.jpg koelewijn04a.jpg
koelewijn03.jpg koelewijn06.jpg koelewijn05.jpg
koelewijn08.jpg koelewijn09.jpg koelewijn10.jpg
koelewijn11.jpg koelewijn12.jpg