Jaap Boon

Jaap Boon kreeg de Gilles Holst Medaille 2007 voor zijn bijdrage aan massaspectrometrisch onderzoek naar de oorsprong van verouderingsverschijnselen van kunst.

Sinds 1983 heeft Jaap Boon zich onderscheiden als pionier op het gebied van innovatieve aspecten van de massaspectrometrie van vaste stoffen en composieten. Begin jaren negentig startte hij studies naar verouderingsprocessen in schilderijen met behulp van massaspectrometrie. Professor Boon ontdekte, in samenwerking met onder andere het Koninklijk Kabinet voor Schilderijen Het Mauritshuis in Den Haag, de moleculaire oorsprong van een aantal belangrijke verouderingsgerelateerde chemische veranderingen in olieverf. Dit uit zich in schilderijen als textuurverandering, verflaagvervorming, korstvorming, verfverlies, toegenomen transparantie en verdonkering door metaalzeepvorming. Dit onderzoek kreeg vorm in diverse NWO- en FOM-onderzoeksprogramma's, waarin het Oranjezaal-onderzoeksteam van SRAL, het Van Gogh Museum, het Kröller-Müller Museum, de Tate Gallery en het Courtauld Institute of Art in Londen, en het Canadian Conservation Institute in Ottawa participeerden. 

Het bijzondere aan het onderzoek van professor Boon is dat het in nauwe samenwerking met restauratoren dicht op de toepassing in de kunst plaatsvond en een sterk interdisciplinair karakter bezit. Veel van de gebruikte technieken werden door hem en zijn team verder ontwikkeld en geperfectioneerd. Monsters van slechts enkele kubieke micrometers worden uit de kostbare schilderijen geprepareerd voor het massaspectometrisch en chemisch microscopisch onderzoek. Het zichtbaar maken van de verfcomponenten en hun reactiviteit in verflagen heeft het inzicht radicaal veranderd en verdiept. Momenteel werken professor Boon en zijn medewerkers aan een manier om in bedrijfsvorm de door hun ontwikkelde kennis te over te dragen en voor derden onderzoek te verrichten naar verouderingsprocessen in kunst.

Over de laureaat

Na zijn studie geochemie aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in 1974 cum laude afstudeerde, promoveerde Boon in 1978 bij professor Schenck aan de Technische Universiteit Delft op een proefschrift Molecular biochemistry of lipids in four natural environments. Na werkzaamheden bij het NIOZ en de universiteit van Californië in Berkeley, startte Jaap Boon in 1983 bij het FOM-Instituut voor Atoom- en Molecuulfysica in Amsterdam. Sinds 1989 is hij tevens als bijzonder hoogleraar verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.