Hoe beïnvloedt migratie van personen, objecten en ideeën de ontwikkeling van culturele identiteit?

In het vroege Europa ontstonden nieuwe culturele identiteiten toen bevolkingsgroepen zich op grote schaal verplaatsten. Ook daarna bleven reizigers en migranten invloed uitoefenen op sociale processen en culturele praktijken, met inbegrip van de kunst. Dit proces werd na de uitvinding van de boekdrukkunst en de opkomst van de stadsculturen in de Renaissance versterkt door de migratie van objecten en van ideeën via boeken en tijdschriften.

Een mondiaal karakter kreeg deze verspreiding en uitwisseling toen de westerse machten de zeeën gingen bevaren en gebieden koloniseerden. Nog steeds leiden migratie en mobiliteit tot ontmoetingen van verschillende wereldbeelden en tot culturele vernieuwing, een proces dat met de intrede van internet extra dynamiek heeft gekregen. Multidisciplinair onderzoek zoekt naar de aard van deze interacties.

Joan van Nispen tot SevenaerMigratie © Joan van Nispen tot Sevenaer

Tijdens het eerste millennium van onze jaartelling droegen ‘volksverhuizingen’ in belangrijke mate bij aan de vorming van het vroege Europa. Ook in latere tijden zorgde menselijke mobiliteit voor wederzijdse beïnvloeding en daarmee voor het ontstaan van nieuwe cultuurpatronen.

Lange tijd dachten wetenschappers dat migrerende groepen bijna onveranderlijke identiteiten met zich meedroegen, die ze importeerden in de gebieden waar ze zich vestigden. Meer recent is echter duidelijk geworden dat migratie altijd al complexer is geweest dan simpelweg een verplaatsing van groepen mensen met een homogene cultuur en identiteit. Migratie leidde steeds tot culturele interacties en wederzijdse beinvloeding.

Een breed spectrum aan wetenschappelijke disciplines probeert nu te ontrafelen welke invloed migratie van personen, menselijke mobiliteit en migratie van objecten en ideeën hebben gehad op de historische ontwikkeling van Europese identiteiten en wereldbeelden. Dat onderzoek kent vele lagen en richtingen, en het omvat disciplines uiteenlopend van religiewetenschap en filosofie tot en met kunstgeschiedenis, fysische antropologie en archeologie.

Fysisch-antropologische revolutie

In de archeologie kan inbreng van modern natuurwetenschappelijk onderzoek nieuwe inzichten verschaffen in de samenstelling van vroeg-Europese bevolkingen en in de mobiliteit van personen en groepen daarbinnen. Fysisch-antropologisch onderzoek levert bijvoorbeeld kennis over de demografische opbouw en de gezondheid van grafveldpopulaties.

Veelbelovend is bijvoorbeeld het onderzoek naar de samenstelling van het vroegere voedselpakket door middel van onderzoek aan koolstof- en stikstof-isotopen in collageenweefsel van archeologisch botmateriaal. Hieruit valt de verhouding tussen dierlijke en plantaardige en tussen mariene en terrestrische voedselcomponenten af te leiden.

Van belang is ook recent onderzoek naar de geografische herkomst van individuen en groepen op basis van de isotopenverhoudingen van elementen zoals strontium, zuurstof, lood en zwavel in het skelet. De in tandglazuur vastgelegde isotopenwaarden veranderen niet meer na de vroege jeugd. Door deze ‘chemische signaturen’ te vergelijken met die van de directe omgeving, kan worden bepaald of de onderzochte individuen ter plaatse zijn opgegroeid of door migratie daar zijn terechtgekomen. Dankzij verbeterde sequencing-technieken lijkt oud DNA uit menselijke resten bovendien inzicht te kunnen geven in verwantschapsrelaties binnen grafveldpopulaties en tussen grafvelden.

Al deze nieuwe ontwikkelingen in het fysisch-antropologisch onderzoek kunnen leiden tot een fundamentele herwaardering van de rol van migratie en mobiliteit in de vorming van identiteiten in het vroege Europa, die cultuurhistorische debatten over het oude Europa nieuw leven kan inblazen.

Botsing van wereldbeelden

In later eeuwen blijft daadwerkelijke verplaatsing van mensen (tijdelijk of definitief) van grote invloed op de ontwikkeling van culturele identiteiten, maar gaat door de uitvinding van de boekdrukkunst en de opkomst van stadsculturen ook de verplaatsing van ideeën en objecten een steeds grotere rol spelen.

Multidisciplinair onderzoek vanuit filosofie, religiewetenschap en andere geesteswetenschappen richt zich onder meer op botsingen van wereldbeelden die het gevolg kunnen zijn van migratie van ideeën, vooral door uitwisseling en verspreiding van informatie. Dat proces komt vanaf de achttiende eeuw, de tijd van de Verlichting, in een stroomversnelling.

Wat gebeurt er als verschillende culturele waarden en identiteiten elkaar ontmoeten? Welke waarden bestaan werkelijk wereldwijd, welke waarden zijn gebonden aan specifieke culturen en regio’s? Welke rol speelden Europese tradities bij het formuleren van ‘universele’ waarden zoals democratie, fundamentele mensenrechten en menselijke waardigheid? Moeten zulke begrippen opnieuw worden gedefinieerd? Welke rol speelden in dit alles het christendom, het jodendom, de islam, en andere religieuze tradities die in verschillende periodes invloed hebben uitgeoefend op de Europese traditie?

Transculturele dynamiek in beeldende kunst, vormgeving en architectuur

In het internationale debat binnen kunstgeschiedenis en visual studies, alsook in de (transnationale/mondiale) kunst, is de vraag naar wat ‘eigen’ is en wat ‘vreemd’ actueler dan ooit. Hetzelfde geldt voor de discussies die in de kunst- en museumwereld en in de media worden gevoerd.

Om greep te krijgen op de hedendaagse discussie is het van belang om deze kwestie zowel in internationale context als in historisch perspectief te bezien. Het denken over wie en wat we zijn als mens, ons zelfbeeld, en ons beeld over wat onze cultuur en onze waarden inhouden, worden al eeuwenlang in belangrijke mate bepaald door de noties van ‘zelf’ en ‘ander’, en evenzeer door invloeden van binnenuit als van buitenaf.

(Kunst)historici, cultuurfilosofen, antropologen, literatuurwetenschappers en linguisten werken samen in onderzoek naar de effecten die wereldwijde mobiliteit heeft gehad op de ontwikkeling van de Nederlandse beeldende kunst, beeldcultuur, vormgeving en architectuur.

Hoe veranderde de Nederlandse cultuur onder invloed van personen, objecten en ideeën die zich verplaatsten? Wetenschappelijke samenwerking kan historische peilmomenten definiëren en de rol van kunst in interculturele en geopolitieke uitwisseling door migraties zichtbaar maken. Hoe verliep deze uitwisseling in bijvoorbeeld de Gouden Eeuw, de ‘Franse tijd’ en de koloniale tijd? Hoe verloopt zij in de globaliserende wereld van vandaag? Welke rol spelen de kunsten, musea en andere kunstinstellingen bij de voortgaande ontwikkeling van de Nederlandse culturele identiteit?

Joan van Nispen tot Sevenaer© Joan van Nispen tot Sevenaer