Hoe veranderen nationale culturele identiteiten in de tijd?

Een nationale identiteit is het idee dat een samenleving een eenheid vormt op (geo)- politieke, sociale en culturele gronden. Nationale identiteiten en hun plaats in het cultureel geheugen zijn echter niet onveranderlijk. Interdisciplinaire analyses van literatuur, religie en beeldende kunst door de eeuwen heen kunnen de dynamiek van de identiteit inzichtelijk maken.

Een collectief cultureel besef wordt niet alleen belichaamd door maatschappelijke instituties zoals koningshuis, kerken, onderwijssysteem of musea. Het wordt ook, en vooral, zichtbaar in de voortdurende dynamiek van culturele uitingen.

Dirk van Delen - De Beeldenstorm van 1566 - Rijksmuseum AmsterdamDirk van Delen - De Beeldenstorm van 1566 - Rijksmuseum Amsterdam

Deze dynamiek voltrekt zich in drie dimensies: een horizontale dimensie, waarin groepen zichzelf definiëren ten opzichte van anderen op grond van wisselende karakteriseringen; een verticale dimensie, waarin de afstanden tussen burgers en overheid en die tussen sociale lagen worden bepaald; en een ‘diachrone’ dimensie, door de tijd, waarin individuen, groepen en de samenleving als geheel zich positioneren ten opzichte van het verleden. Maatschappelijke discussies over nationale identiteit gaan vaak over dynamiek in de eerste twee dimensies. Dit onderzoeksprogramma echter richt zich, in aansluiting op internationaal recent onderzoek, primair op dynamiek in de diachrone dimensie: het bestudeert de ontwikkeling van het ‘cultureel geheugen’, ofwel veranderingen in het cultureel identiteitsbesef door de eeuwen heen.

Literatuur, religie en beeldende kunsten zijn de belangrijkste dragers van het culturele geheugen. Ze leggen herinneringen, denkbeelden, normen en waarden vast, en dat vaak eeuwen lang.

Cultureel geheugen

Cultuur is nooit enkelvoudig. Naast een meerderheidscultuur bestaan altijd minderheidsculturen. Op elk moment bestaan culturele uitingen die uit de pas lopen met de traditie en gedurende enige tijd worden gezien als avant-gardistisch.

Cultuur is een voortdurende draaikolk van activiteiten; door de generaties heen vertoont zij een zekere continuïteit, maar de inhoud van het cultureel erfgoed ligt niet vast. Die inhoud wordt steeds opnieuw bijgesteld door nieuwe generaties, die elk vanuit hun eigen perspectief naar het verleden kijken.

Hoe ver reikt het vermogen van cultuur om generaties door de tijd samen te binden? Bestaan er culturele uitingen die voor iedereen blijvend herkenbaar zijn? In de negentiende eeuw lazen velen in Nederland Jacob Cats, en werd hij alom beschouwd als een belangrijk zedekundig dichter. Nu leest niemand hem meer. Vandaag kan De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart van Betje Wolff en Aagje Deken gelezen worden als een vernieuwende demonstratie van de mogelijkheden van vrouwelijk auteurschap. Maar na verschijning, in 1782, werd het boek eerder gezien als een vaderlandse roman, één die tegenwicht bood aan de vele vertaalde literatuur van buiten.

De Nederlandse geschiedenis is te beschouwen als een cultureel laboratorium dat vele eeuwen, met daarin turbulente perioden, omspant: van Reformatie, Gouden Eeuw en Nederlandse staatsvorming, via Verlichting en Verzuiling, tot en met de debatten over multiculturaliteit, nationaal erfgoed en ‘canons’ vandaag de dag.

De driehoek van religie, literair/artistieke praktijk en nationaal identiteitsbesef is in dat laboratorium steeds actief geweest.

Terug kijkend kunnen we de invloeden van cultuur en religie op de publieke sfeer en het collectieve identiteitsbesef analyseren. De benadering is interdisciplinair, multimediaal en letterkundig-historisch; literatuurwetenschap, theologie, kerkgeschiedenis en kunstgeschiedenis bestuderen samen het cultureel geheugen zoals vastgelegd in literatuur, religie en kunst.

Samen zoeken zij het antwoord op een even fascinerende als belangrijke vraag: hoe veranderde de Nederlandse culturele identiteit in de loop van de voorbije eeuwen? En hoe werkt dat door in het heden?