Verloopt culturele integratie vandaag anders dan in het verleden?

Culturen en identiteiten staan, in Nederland en elders in de wereld, onder sterke invloed van mondialisering en technologisering. De twee processen versterken elkaar. Historische en interculturele vergelijkingen helpen ons te doorgronden hoe culturen en identiteiten van groepen mensen veranderden in de loop van de tijd, en wat het verleden ons leert over de integratieprocessen van vandaag.

Joan van Nispen tot SevenaerHet Rotterdams zomercarnaval gestart door Antilliaanse en Kaapverdische immigranten © Joan van Nispen tot Sevenaer

Niet lang geleden heerste in ons land een maatschappelijk debat over ‘dé’ Nederlandse cultuur en identiteit. De brede verwarring over de inhoud van deze begrippen, en de vaak emotionele bijdragen aan de discussie, tekenden de complexiteit van integratievraagstukken waarmee samenlevingen in Nederland en elders worden geconfronteerd.

Integratievraagstukken betreffen integratie in de breedste zin van het woord. Het gaat om migranten die in hun nieuwe woonland integreren, maar het gaat ook over samenlevingen als geheel die, in een tijd van niet eerder gekende mondialisering, hun plek zoeken in internationale verbanden. Technologisering betekent dat, net als voorheen, opkomende technologie zorgt voor nieuwe sociale verbanden.

Mondialisering en technologisering zijn nauw met elkaar verweven. Ze brengen vooruitgang en welvaart, maar kunnen ook leiden tot grotere economische, politieke, culturele en religieuze onzekerheid. Waar de een in beide processen vooral nieuwe kansen en mogelijkheden ziet of krijgt, ervaart de ander vooral bedreigingen.

Veel disciplines binnen de geesteswetenschappen, zoals filosofie, geschiedschrijving, antropologie en sociale wetenschappen, kunnen helpen bij het formuleren van in systematische data gegronde toekomstscenario’s. Meer dan in veel andere landen dragen geesteswetenschappen in Nederland ook intensief bij aan de inhoud van het maatschappelijk debat.

Systematische vergelijking

Bij het zoeken naar een beter begrip van de dynamiek van mondialisering en technologisering kunnen Nederlandse geesteswetenschappers onder meer gebruik maken van data mining- en patroonanalysetechnieken die in andere wetenschapsgebieden zijn ontwikkeld. Vragen als: ‘Wat waren de karakteristieken van de Nederlanders die naar de Oost migreerden?’ of ‘Wat was de omvang van arbeidsmigratie in het vroegmoderne Europa’ worden zo steeds beter beantwoordbaar.

Nederland heeft in het verleden diverse malen taalkundige, culturele, religieuze en/ of etnische minderheidsidentiteiten in bredere identiteiten geïntegreerd. Welke factoren bepaalden toen het succes en de snelheid van die integratie?

Ook in het verleden leidden nieuwe transportmogelijkheden tot het verkleinen van psychologische afstanden en het vervagen van voorheen scherpe taalkundige, culturele, historische en religieuze verschillen. Hoe werden onder invloed van schaalvergroting nieuwe identiteiten gevormd? Hoe belangrijk waren en zijn diverse sociale parameters voor individuen of groepen bij het definiëren van (nieuwe) identiteiten? Hoe belangrijk is taal? Religie? Geslacht? Etniciteit? Nationaliteit? Geboorte? Sociale klasse? Leeftijd? Opleiding? Culturele vorming?

En, niet onbelangrijk: wat vertellen integratieprocessen in het verleden ons over integratie vandaag?

Ook wat betreft de maatschappelijke integratie van innovaties en nieuwe technologie kan analyse van het verleden waardevolle inzichten opleveren. Welke factoren bepaalden destijds de snelheid en het succes van de integratie van technologie? Welke effecten had die integratie op individuen en groepen?

Misschien het meest uitdagend is de vraag of de huidige schaal van technologisering, en haar nauwe vervlechting met mondialisering, de integratieprocessen van vandaag unieke eigenschappen geeft. Wat betekent het dat groepen mensen zich sterk met elkaar identificeren, ongeacht of ze tien of tienduizend kilometer van elkaar verwijderd zijn? Zullen de uitkomsten van integratieprocessen daarom nu anders zijn?