Wat leren talen ons over het verleden?

Door talen grondig te ontleden, kunnen we veel afleiden over de geschiedenis van de sprekers van die talen: wie stammen af van wie, wie migreerden van waar naar waar, welke bevolkingsgroepen kwamen met elkaar in contact, welke culturen waren dominant? Dankzij deze ‘linguïstische archeologie’ krijgen oude historische vragen nieuwe antwoorden.

De laatste jaren zijn taalkundigen veel beter dan vroeger in staat om te onderzoeken hoe verschillende talen elkaar beïnvloeden als de sprekers ervan met elkaar in contact komen. Dat is te danken aan de ontwikkeling van theoretische modellen van ‘taalcontact’ en aan het feit dat steeds meer talen op een precieze en geavanceerde manier worden beschreven.

Aramese toverschaal, die helpt de kloof tussen Aramese schrijftalen van de Late Oudheid en spreektalen te overbruggen - © The Schøyen Collection - Oslo and LondenAramese toverschaal die helpt de kloof tussen Aramese schrijftalen van de Late Oudheid en spreektalen te overbruggen - © The Schøyen Collection - Oslo and London

Tot voor kort richtten historisch taalkundigen hun aandacht vooral op de manier waarop losse woorden werden ontleend. Nieuwe methoden maken het echter mogelijk om veel meer aspecten van taalcontact te analyseren. Hoe beïnvloeden talen elkaars grammaticale structuren? Hoe en waarom schakelen meertalige sprekers over van de ene naar de andere taal? Welke rol spelen daarbij cultureel prestige en politiek beleid door de eeuwen heen?

Door de geschiedenis van een taal te reconstrueren, komen we veel te weten over het verleden van de sprekers van deze taal. Daardoor wordt het zelfs mogelijk om uitspraken te doen over perioden waaruit er geen geschreven historische bronnen beschikbaar zijn.

Drie regio’s

Onderzoek naar taalcontact zal in het bijzonder veel informatie kunnen opleveren over de geschiedenis van drie regio’s.

Om te beginnen Europa, een continent dat in de laatste drieduizend jaar voortdurend allerlei volkeren van de ene plek naar de andere zag trekken. De migranten waren Indo-Europeanen zoals Grieken, Romeinen, Kelten, Germanen, Slaven en Alanen, maar ook Hunnen, Finnen en Hongaren verplaatsten zich. Hoe gingen al deze volkeren met elkaar om en welke sporen hebben ze in elkaars talen achtergelaten?

In het Midden-Oosten en in gemeenschappen van emigranten wordt het Aramees nog maar door enkele duizenden mensen gesproken, maar vanaf de zesde eeuw v. Chr. tot de uitbreiding van de islam was het de lingua franca van de regio, het Engels van toen. Het Aramees is ongeveer drieduizend jaar oud en is onder invloed van andere talen meermaals fundamenteel veranderd. Hoe gebeurde dit precies? Welke algemene drijfveren kunnen we uit deze processen afleiden? Als we via de taal het spoor terug kunnen volgen tot in de oudheid, vinden we ook de wortels van bevolkingsgroepen overal ter wereld die nog vandaag Aramese dialecten spreken.

In Afrika is meertaligheid de norm. Bijna alle Afrikanen maken zich van kindsbeen af meer dan één taal eigen. Sommige Afrikaanse talen, zoals Berber en Arabisch, staan al millennia met elkaar in contact.

Het Afrikaanse continent kent daarnaast vele speciale talen, zoals ceremoniële talen bestemd voor inwijdingsrituelen, geheimtalen en vermijdingstalen die uit respect vermijden bepaalde personen bij naam te noemen. De intensiteit, omvang, variatie en lange geschiedenis van taalcontact maken Afrika tot een ideaal laboratorium voor onderzoek naar taalcontact en taalverandering. Als er wetmatigheden bestaan voor de manier waarop taalcontact verloopt, dan zullen die in Afrika zijn te ontdekken.