Hoe verandert de architectuur van de wetenschap?

De wetenschap is ongekend vitaal en dynamisch. De invloed van wetenschappelijk onderzoek groeit, terwijl structuren en contexten van dat onderzoek verschuiven. Enerzijds neemt de specialisatie nog steeds toe, anderzijds vervagen traditionele grenzen tussen disciplines. Rond maatschappelijke vragen ontstaan nieuwe wetenschappelijke allianties. Die ontwikkelingen roepen nieuwe filosofische vragen op.

Moderne technisch-wetenschappelijke revoluties, zoals die in informatica en binnenkort ook die rond het brein, spelen zich af op intellectueel, maatschappelijk en cultureel vlak. Dergelijke stormachtige ontwikkelingen vragen op verschillende niveaus om filosofische reflectie.

Bruno Mallart© Bruno Mallart

De rol van de filosofie zelf verandert ook: van een afzonderlijke wetenschappelijke discipline ontwikkelt de filosofie zich toch een vak dat wetenschap en samenleving helpt bij het zoeken van antwoorden op nieuwe vragen — vragen die betrekking hebben op vrijheid, op verantwoordelijkheid, en op morele en politieke dilemma’s in verdelings- en keuzevraagstukken.

Is een mens vrij, als fysiologische processen in het brein zijn handelen bepalen? Zouden we genetische verbetering van mensen straks accepteren, ook als dat dan is voorbehouden aan de rijken? Hoe beoordelen en wegen we de betrouwbaarheid van informatie, zeker als die niet meer met zekerheid is te herleiden tot een gezaghebbende bron?

Bovenaan de agenda van de filosofie staat de oude wijsgerige vraag naar de aard van onze kennis, en die vraag krijgt in de moderne tijd alleen maar nieuwe urgentie. Wat ís nog de wetenschap in een tijd waarin maatschappelijke opvattingen over wat al dan niet ‘wetenschappelijk’ is, in korte tijd radicaal kunnen verschuiven?

De boom van de wetenschap heeft veel nieuwe loten gekregen in de vorm van nieuwe disciplines. De dominantie van reductionistische methoden heeft deels plaats gemaakt voor het ideaal van multidisciplinair onderzoek waarin de grenzen tussen oude disciplines vervagen.

Dit alles maakt dat oude eisen aan ‘waarheid’ en ‘geldigheid’ van wetenschappelijke uitspraken of theorieën nieuwe doordenking behoeven.

Wereldwijde visie

In feite staat de hele architectuur van onze kennis ter discussie. Rondom actuele vragen ontstaan gelegenheidscoalities van samenwerkende wetenschapsvelden. Hoe verhouden zich deze nieuwe wetenschappelijke constellaties tot de klassieke wetenschapsdisciplines? Hoe kunnen, met almaar toenemende specialisatie en diversificatie, de eenheid en samenhang van de wetenschap nog worden begrepen? Hoe verhoudt zich de rationaliteit van het wetenschappelijk denken tot die van de common sense: ons gewone, alledaagse redeneren en handelen, dat uiteindelijk de bron is voor alle gespecialiseerde denk- en kenvermogens?

Bevredigende antwoorden op deze belangrijke filosofische vragen zijn alleen te verwachten als wordt gewerkt vanuit drie perspectieven.

Om te beginnen een systematisch perspectief, waarin logica en wetenschapsfilosofie worden ingezet om brede denk- en communicatiepatronen bloot te leggen.

Daarnaast het historisch perspectief, dat voortbouwt op de geschiedenis van filosofie en wetenschap en zich toespitst op cruciale transformaties in het denken over samenhang en specificiteit van wetenschappelijke disciplines.

En dan ten slotte het vergelijkend perspectief, met daarin ruime aandacht voor logische en filosofische tradities uit bijvoorbeeld India, de Islambeschaving en China. Voor het ontwikkelen van een wereldwijde visie op de menselijke intellectuele geschiedenis zal een brede blik onmisbaar zijn.