Hoe kunnen we nieuwe vormen van sociale ongelijkheid het best tegengaan?

Toenemende economische gelijkheid tussen hoogopgeleide mannen en vrouwen leidt, ironisch genoeg, tot groeiende ongelijkheid tussen sociale klassen. Rijke tweeoudergezinnen lopen uit op de rest. Internationale vergelijking kan uitwijzen welke (overheids)maatregelen het best bijdragen aan het beperken van nieuwe vormen van sociale ongelijkheid onder jonge én oudere generaties.

Het ontstaan en voortbestaan van sociale ongelijkheid tussen groepen mensen – sociale klassen, generaties of seksen – is een oud studiethema binnen de sociale wetenschappen.

Joan van Nispen tot Sevenaer© Joan van Nispen tot Sevenaer

Voor de verklaring van ongelijkheid gebruiken sociale-wetenschappers gestandaardiseerde statusverwervingsmodellen, die gebruik maken van gegevens over kennis/opleiding en sociaal-culturele achtergronden en vaardigheden. Deze modellen blijken echter maar gedeeltelijk te voldoen, want ze beperken zich tot kenmerken van het individu.

Om sociale ongelijkheid goed te begrijpen, zullen we meer dan voorheen ook moeten kijken naar de invloed van sociale verbanden, zoals families waar het individu deel van uitmaakt en soms van afhankelijk is. Tot nu toe werd dat perspectief eigenlijk alleen meegenomen in onderzoek dat specifiek keek naar de jeugd.

Individuele prestaties en levenskansen zijn echter op vele manieren afhankelijk van gezins- en familierelaties en andere sociale netwerken. Ongelijkheden worden bijvoorbeeld ook doorgegeven, versterkt of weggewerkt door ‘homogame’ gezinsvorming – de gewoonte om een partner in de eigen sociale klasse te zoeken. Twee partners met een academische opleiding hebben aanzienlijk meer te besteden dan twee partners met een laag opleidingsniveau.

Ook zorg- en financiële verplichtingen hebben grote effecten op de prestaties en kansen van individuele leden van een familie. Een vrouw die veel investeert in zorg voor de kinderen en/of hulpbehoevende ouders, kan geen carrière maken. Intergenerationele overdracht van vaardigheden en gedragsstijlen, zoals leermotivatie of criminaliteit, vergroot de verschillen in jongere generaties.

Echtscheidingen

Onderzoek heeft laten zien dat de toenemende economische gelijkheid tussen mannen en vrouwen, die vooral optreedt in relaties van hoogopgeleiden, op haar beurt leidt tot toenemende ongelijkheid tussen sociale klassen bij jonge én oude generaties.

Hoog opgeleide stellen, met grote gender-gelijkheid, hebben de beste arbeidsmarktposities. Sinds het midden van de jaren negentig hebben ze ook een kleinere kans op echtscheiding dan laag opgeleide stellen. Ze zijn ook beter in staat zorg en opvang te regelen voor hun hulpbehoevende ouders. Al die factoren dragen eraan bij dat ze jonge én oude familieleden betere levenskansen kunnen bieden.

Omgekeerd heeft het toenemende aantal echtscheidingen onder laag opgeleiden een versterkend negatief effect. Kinderen van laag opgeleide ouders hadden altijd al een sociaal-economische achterstand, maar een groter aantal gebroken gezinnen (met alle emotionele schade van dien), en grotere moeite bij het regelen van zorg voor (groot)ouders, vergroten de achterstanden nog verder.

Tussen diverse geïndustrialiseerde landen bestaan grote verschillen op het gebied van zorgarrangementen voor kinderen en hulpbehoevende (groot)ouders. Ook zijn er grote variaties in financiële en praktische steun voor alleenstaanden, kinderen, jongeren, ouderen, werklozen en arbeidsongeschikten.

Systematisch, theoriegestuurd, empirisch onderzoek kan helpen (beleids)arrangementen te identificeren die nieuwe vormen van sociale ongelijkheid onder jonge én oude generaties kunnen tegengaan, bijvoorbeeld door de risico’s van zorg- en financiële verplichtingen terug te brengen.