Klaas van Berkel

Beste Wim, 

Bij je afscheid als president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen

De KNAW is voor de meeste van haar leden in hun carrière een bijzaak – een belangrijke bijzaak weliswaar, maar een bijzaak. Dat geldt echter niet voor iedereen. Laat ik mijzelf als voorbeeld nemen. Ooit speelde de Akademie een  hoofdrol in mijn leven – tijdens de jaren dat ik bezig was de geschiedenis van deze instelling te boek te stellen was ik dagelijks met haar bezig. In de jaren daarna is dat weer veel minder geworden en er zijn zelfs dagen dat ik niet één keer aan de Akademie denk. Dat zal jou ook overkomen. De aflopen jaren heeft de Akademie het grootste deel van je werkzame leven in beslag genomen en ik heb de indruk dat je dat helemaal niet zwaar is gevallen. Maar er komen dagen dat je leven helemaal gevuld zal worden door heel andere zaken en dat je niet elke dag meer aan de Akademie denkt. En dan zal het goed zijn.

Maar wij, de leden, wij zullen je niet snel vergeten en zeker ik zal je blijven herinneren als zonder meer de aardigste president die ik heb meegemaakt. In het bijzonder één interventie van jou staat mij nog voor de geest waaruit dat bleek. Het was in de tijd dat Hans Clevers president was van de Akademie en dat hij in de krant iets had geschreven of verteld over de harde concurrentieslag in de wetenschap, dat hij er heel goed mee uit de voeten kon  en dat hij vond dat mensen uit andere vakgebieden er maar aan moesten wennen. Tijdens die bewuste bijeenkomst corrigeerde je Hans Clevers door te zeggen dat er in verschillende wetenschapsgebieden verschillende mores heersten en dat dat goed was, of in ieder geval geaccepteerd moest worden. Ik weet niet of je het toen gemerkt hebt, maar je vertolkte toen, op een vriendelijk, maar wel indringende manier, het gevoelen van zeker de meerderheid van de aanwezigen. Dat de erkenning van de diversiteit van wetenschapsgebieden uit de mond van een fysicus kwam, gaf de opmerking ook veel meer gezag dan wanneer een taalkundige of een archeoloog zo’n  opmerking had gemaakt. Ik vond het toen gewoon heel aardig tegenover ons, de vertegenwoordigers van die andere wetenschappen.

Daarom: dank je wel voor alles wat je voor de KNAW en voor de wetenschap in de ruimste zin hebt gedaan. Het ga je goed! 

Klaas van Berkel