Akademiehoogleraren minicollege

Joep Leerssen: Klassieke muziek en romantisch nationalisme

Datum:
13 mei 2013 van 16:00 tot 16:30 uur
Locatie:
KNAW, Kloveniersburgwal 29, 1011 JV Amsterdam.
Contact:
Telefoon:
020 551 0727
Voeg toe:

Met de serie minicolleges (45 minuten) van Akademiehoogleraren wil de KNAW speciale aandacht geven aan de bijzondere groep Akademiehoogleraren en hun onderzoek. Het minicollege biedt tevens een podium aan jonge onderzoekers.

Deze keer geeft Joep Leerssen een college over de invloed van het negentiende-eeuwse nationalisme op de muziek, met speciale aandacht voor de Hongaarse rapsodieën van Franz Liszt.

Programma

16.00 uur
Klassieke muziek en het romantisch nationalisme in Europa, door Joep Leerssen, Universiteit van Amsterdam
               
‘Von der Oper, die der Deutsche will!’ De conceptualisering van Duitse opera in het eerste kwart van de negentiende eeuw, door Kasper van Kooten, Universiteit van Amsterdam
               
17.30 uur  Borrel
               
Uiteraard is er volop gelegenheid voor vragen en discussie.

Joep Leerssen over klassieke muziek en het romantisch nationalisme in Europa from KNAW on Vimeo.

 Klassieke muziek en het romantisch nationalisme in Europa

Joep Leerssen, Universiteit van Amsterdam

Rond 1800 is de 'klassieke' muziek een kunstvorm waarvan het instrumentarium en de beschikbare tonaliteiten en stijlen, ongeacht hun diverse varianten, in principe pan-Europees zijn uitgekristalliseerd. Op die gemeenschappelijke grondslag ontwikkelt zich in het kielzog van het romantisch nationalisme een trend om nationale eigenaardigheid muzikaal uit te dragen. Deze trend is op zijn beurt eveneens pan-Europees en reikt van Spanje (Albeniz) tot Finland (Sibelius) en van Engeland (Vaughan Williams) tot Roemenië (Enescu). Tot nu toe is deze trend vooral muziekhistorisch en landsgewijs bestudeerd: de invloed van het nationale denken op de zich ontwikkelende componeerstijlen. In mijn project gaat het om de rol van deze muzikale ontwikkeling in de vergelijkende geschiedenis van het Europese nationalisme.

Om dat de illustreren draait deze lezing om het voorbeeldgeval van Franz Liszt (1811-1886) en het in de 19e eeuw opkomende genre van de 'rapsodie'. Niet alleen de incidenten in de levensloop van deze componist zijn kenmerkend voor een bepaald soort interactie tussen romantisch kunstenaarschap en cultuurnationalisme, ook zijn boek  Des Bohémiens en de leur musique en Hongrie (1859) verdient aandacht. Het gebruikt een 'zigeunerbeeld' als projectiescherm van romantische kunstidealen, en is bovendien een poging tot muzikale etnografie en een theoretische onderbouwing van Liszts ambitie om met de Hongaarse rapsodieën een quasi-bronnenuitgave van het culturele erfgoed van het Roma-volk te bieden (waarbij hij tevens een lans breekt voor de harmonische integratie van het Roma-volk in de Hongaarse natie, en daarmee een specifiek Hongaars zelfbeeld uitdraagt).

Liszt plaatst zijn rapsodieën aldus in de grotere negentiende-eeuwse behoefte om de Europese volkeren filologisch-etnografisch te categoriseren en te karakteriseren op basis van hun culturele oorsprong, erfgoed en vernaculaire authenticiteit. Bronnenedities van nationale 'oerteksten' (bijv. Karel ende Elegast), rechts- en historische bronnen en orale cultuur (sprookjes, volksverhalen, folklore) stonden centraal in deze 'cultivering van cultuur', die op zijn beurt een etnische taxonomie verschafte aan de opkomende nationalistische stromingen en de basis legden voor de mentale landkaart van het statensysteem van 1919.

Kasper van Kooten over 'Von der Oper, die der Deutsche will!' De conceptualisering van Duitse opera in het eerste kwart van de negentiende eeuw from KNAW on Vimeo.

'Von der Oper, die der Deutsche will!'

De conceptualisering van Duitse opera in het eerste kwart van de negentiende eeuw

Kasper van Kooten, promovendus van Joep Leerssen, Universiteit van Amsterdam

Voor negentiende-eeuwse nationale operabewegingen geldt dikwijls dat aan de creatie van 'nationale' werken een reflectie voorafgaat over de vraag waaraan de eigen operastijl zou moeten voldoen. Dergelijke discussies creëren een ideologisch-geladen esthetisch kader, dat vervolgens als graadmeter voor toekomstige werken gehanteerd wordt. De Duitse nationale operabeweging was vermoedelijk de eerste in Europa, en heeft grote invloed gehad op soortgelijke initiatieven elders op het continent. Mijn presentatie biedt een indruk van de vroeg-negentiende-eeuwse conceptualisering van Duitse opera. Binnen de ontwikkeling van Duitse opera van een (in de ogen van veel tijdgenoten) gemankeerd, provinciaal genre tot een artistiek volwaardige kunstvorm met nationale zeggingskracht en internationale uitstraling vormt deze conceptualisering een belangrijke aanzet. Ik belicht de wijze waarop Duitse musici en critici de eigen opera definiëren door middel van vergelijkingen met de gevestigde Italiaanse en Franse operatradities. Daarbij wordt eveneens de problematische 'Germanisering' van een bij uitstek Romaanse, kosmopolitische kunstvorm besproken. Daarnaast worden heersende stereotyperingen vergeleken met contemporaine discoursen over Duitse nationale identiteit in andere culturele domeinen.
 
De vraag hoe artistieke en politieke ontwikkelingen zich tot elkaar verhouden is van groot belang voor mijn onderzoek. In navolging van Joep Leerssen distantieer ik mij van vormen van geschiedschrijving waarin kunst slechts ter illustratie of als voorstadium van politieke tendensen wordt aangevoerd. De historische realiteit is dikwijls complexer, en negentiende-eeuwse opvattingen over nationale kunst zijn niet per definitie gericht op de realisatie van een concreet politiek doel. Ik onderschrijf David Gramits veronderstelling (Cultivating Music, 2002) dat de vroeg-negentiende-eeuwse cultivering van 'Duitse' muziek en 'Duitse' opera niet alleen patriottistische gronden had, maar evenzeer voortkwam uit het verlangen van voorheen inferieur geachte Duitse musici naar een hogere sociale status. Dat uitgerekend een opera - Carl Maria von Webers Der Freischütz (1821) – in de euforie ná Waterloo tot nationaal symbool kon uitgroeien, onderstreept het uiteindelijke succes van hun campagne. 

Organisatie

Afdeling Genootschap