Interview

‘Door de vertakkingen in de wetenschap ontstaat er verkokering’

16 maart 2021

Op vrijdag 9 april vindt het hybride NIOD-symposium ‘Holocaust and Genocide Studies: Looking Backward, Moving Forward’ plaats. Centraal staat het twintigjarige jubileum van het domein Holocaust and Genocide Studies bij het NIOD en de Universiteit van Amsterdam, maar het symposium markeert meer dan dat. Uğur Üngör, onderzoeker bij het NIOD en bijzonder hoogleraar aan de UvA, vertelt.


In de tekst over het symposium van 9 april staat dat het doel is om ‘the body of knowledge’ en de ‘intellectual communities’ samen te brengen. Is er veel afstand tussen wetenschappers en hun respectievelijke kennis in de Holocaust and Genocide Studies?

‘De afgelopen honderd jaar is de wetenschap enorm gespecialiseerd geraakt. Begin twintigste eeuw konden wetenschappers nog over een scala aan onderwerpen schrijven. Tegenwoordig zijn er veel vertakkingen in de vorm van specialisaties en subspecialisaties waar publicaties uit voortkomen. Onderzoekers moeten veel literatuur lezen om op de hoogte te zijn van de stand van zaken en zo te begrijpen wat er mist in de wetenschap. Maar, dat lezen is niet meer te behappen als er veel gepubliceerd wordt. Voordat je alle literatuur die uitkomt over je eigen specialisatie uit hebt ben je een decennium verder, laat staan dat je toekomt aan de publicaties die uitkomen vanuit andere specialisaties.

Het gevolg daarvan is dat onderzoekers in de oorlogsstudies en onderzoekers in de genocidestudies niet meer genoeg met elkaar praten. Bijvoorbeeld: een oorlogsstudiesonderzoeker onderzoekt een veldslag en de tactiek van een artillerie-eenheid, maar denkt tijdens haar of zijn onderzoek niet aan vragen als ‘hoe komt het dat er in deze periode niet alleen geweld is gebruikt tussen gewapende groepen, maar ook tegen ongewapende burgers?’

Kortom, door de vertakkingen in de wetenschap ontstaat er een verkokering (silo in het Engels), een tunnelvisie waarbij je als onderzoeker vergeet andere onderzoeksvelden mee te nemen in je gedachtegang en onderzoek. Door die verkokering ontstaat er een gebrek aan overzicht en interacties met onderzoekers van andere disciplines.

Het lastige is dat je je moet specialiseren als je diep wil in gaan op een onderwerp. Je kunt niet breed blijven inlezen. Breed inlezen gaat ten koste van diepgang en diepgang gaat ten koste van breed kijken, omdat je dan de invalshoeken van andere specialisaties en onderzoeksvelden vergeet mee te nemen.

Het organiseren van dit symposium helpt onderzoekers om hun blik te verbreden en heeft tevens een netwerkfunctie. Er zullen ongetwijfeld veel symposia volgen na het symposium van 9 april.’

U bent als panellid aangesloten bij het symposiumdeel: What is the future of genocide research? Wat is volgens u de toekomst van onderzoek naar genocide?

‘Tijdens het symposium nemen we de balans op in het onderzoeksveld en stellen ons de vraag: wat zijn vruchtbare richtingen? Er heerst op dit moment een disbalans in het onderzoeksveld. Over sommige genocides weten we heel veel. Zoals de genocide op Europese joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er verschijnen zo’n vierduizend boeken per jaar over dat onderwerp. Terwijl over de genocide in Cambodja misschien maar een fractie van die vierduizend boeken gepubliceerd wordt. Dit is een probleem. Het algemene genocideproces kunnen we dan niet goed schetsen waardoor we niet goed kunnen bepalen waardoor genocides ontstaan en wat de gemene deler is. Er moet daarom meer onderzoek naar de verschillende genocides worden gedaan.

Verder zie ik het onderzoeksveld in de toekomst multidisciplinair voor me. Historici doen onderzoek naar genocide, maar ook antropologen, sociologen, noem het maar op. Als we onze kennis in een bredere intellectuele stroom plaatsen vergaren we meer inzichten.’

Doet u zelf meer onderzoek naar onbelichte genocides?

‘Mijn proefschrift uit 2009 schreef ik over de Armeense genocide. Destijds was er nog niet veel over gepubliceerd, dat wordt nu wel meer. Sinds 2012 houd ik me meer bezig met vergelijkende studies over daderschap en autoritaire systemen. Een veel theoretischer onderzoek. Ik houd me ook bezig met de conflicten in Syrië en Irak van de afgelopen tien tot twintig jaar. Dat is de periode waarin meer geweld tegen burgers en tussen gewapende groepen onderling, voorkwam.

Waarom deze recente conflicten juist nu van theoretisch en intellectueel belang zijn? Stel je voor, als we nu in 1943 zouden leven en in Oost-Europa vindt de Holocaust plaats, dan zouden we de officieren die een schakel in het proces zijn niet kunnen spreken. We zouden dan pas nadat ze de oorlog hadden verloren en de rechtszaken plaatsvonden weten wat er in hun hoofden omging.
In de tijd waarin we nu leven hebben we meer mogelijkheden om in het hoofd van de daders te kijken. In Syrië bevinden zich de daders van massamoorden. Sinds 2011 interview ik hen door hen te benaderen via Facebook of andere online kanalen. Dit levert een unieke ingang op in de wereld van de daders. Daar moeten we gebruik van maken.’