Geen crisis in vertrouwen in wetenschap

2 juli 2013

Anders dan tegenwoordig wel wordt beweerd, hebben Nederlanders nog steeds groot vertrouwen in de wetenschap, meer dan bijvoorbeeld in de Tweede Kamer, de rechtspraak of de kranten. Dit concluderen onderzoekers van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en het Rathenau Instituut. Zij legden een enquête over wetenschap en wetenschappers voor aan een representatieve steekproef van 800 Nederlanders.

Aanleiding voor het onderzoek was de groeiende zorg over 'het betwiste gezag' van de wetenschap en een (veronderstelde) daling van het vertrouwen in wetenschap. Die zorg komt voort uit onder meer de verwikkelingen rondom klimaatopwarming, vaccinatie en enkele fraude-affaires. Op basis van het huidige onderzoek concluderen de WRR en het Rathenau Instituut dat er geen reden is aan te nemen dat scepsis over wetenschappelijk onderzoek in specifieke zaken een uiting is van een algemeen gebrek aan vertrouwen ten aanzien van wetenschap.

Vertrouwen is groot

In het onderzoek kregen de respondenten onder meer acht instituties voorgelegd met de vraag hoeveel vertrouwen zij daarin hebben. Het betrof: 'de wetenschap', 'de TV', 'de kranten', 'de vakbonden', 'de grote ondernemingen', 'de regering', 'de Tweede Kamer' en 'de rechtspraak'. Het blijkt dat de 'de wetenschap' het meeste wordt vertrouwd. Op een vertrouwens-schaal van 1 tot 10 scoort de wetenschap gemiddeld ruim een 7. De regering en de grote ondernemingen worden met elk gemiddeld een 5,5 het minste vertrouwd.

Het vertrouwen in wetenschap (en andere instituties) is minder groot bij mensen die laag zijn opgeleid of hoog scoren op gevoelens van maatschappelijk onbehagen. Toch krijgt bij deze groepen de wetenschap nog altijd meer vertrouwen dan elke andere voorgelegde institutie. Ook uit andere vragen blijkt dat wetenschap een groot vertrouwen geniet onder de bevolking.

Ruimte voor verbetering

Burgers oordelen sceptischer over het gedrag van wetenschappers. Zo is bijna 30 procent van de Nederlanders het eens met de stelling dat “het regelmatig gebeurt dat wetenschappers hun onderzoeksgegevens aanpassen om de antwoorden te krijgen die ze willen hebben”, terwijl maar 12 procent het oneens is met die stelling (de rest antwoordt met 'neutraal' of 'weet niet') Ook zijn er duidelijke aanwijzingen dat het vertrouwen in resultaten van wetenschappelijk onderzoek minder is wanneer dat onderzoek in opdracht van het bedrijfsleven of de overheid wordt gedaan.

Met dit onderzoek is voor het eerst uitgebreid het vertrouwen in wetenschap onder de Nederlandse bevolking onderzocht. Het Rathenau Instituut zal de meting opnemen in haar tweejaarlijks werkprogramma, zodat op termijn er ook verandering in het vertrouwen gemeten kan worden. Ook wordt er op verzoek van de minister en staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een debatreeks over vertrouwen in de wetenschap voorbereid.

De enquête is uitgevoerd in de periode 13 tot 19 september 2012. Het onderzoek werd verricht door Will Tiemeijer (WRR) en Jos de Jonge (Rathenau Instituut).

Het Rathenau Instituut stimuleert de publieke en politieke meningsvorming over wetenschap en technologie. Daartoe doet het instituut onderzoek naar de organisatie en ontwikkeling van het wetenschapsysteem, publiceert het over maatschappelijke effecten van nieuwe technologieën, en organiseert het debatten over vraagstukken en dilemma’s op het gebied van wetenschap en technologie. Het instituut is beheersmatig ondergebracht bij de KNAW.