Interview

‘Tijdens mijn onderzoek vraag ik aan vrouwelijke statushouders waar zij tegenaan lopen’

7 december 2020

De Instituut Gak-KNAW Award wordt jaarlijks uitgereikt aan talentvolle onderzoekers die aan het begin van hun carrière staan. De Award bestaat uit een driejarige aanstelling als  postdoc onderzoeker bij een KNAW-instituut met onderzoek op het gebied van arbeidsmarkt en sociale zekerheid in Nederland. De winnaar van 2020 is socioloog Roos van der Zwan.

Van der Zwan begint vanaf januari 2021 bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) aan haar onderzoek ‘De levensloop en de arbeidsmarktpositie van vrouwelijke statushouders in Nederland’.

Jouw onderzoeksvoorstel gaat over de arbeidsmarkt positie van statushouders in Nederland. Wat verwacht je tegen te komen tijdens je onderzoek? 

Ik richt me op de statushouders die vanaf 2015 in Nederland zijn. Ze zijn vijf jaar in Nederland, of korter dan dat, en er is nog niet veel onderzoek naar hen gedaan. Er zijn wel wat algemene dingen bekend. Statushouders zijn in het begin vaak afhankelijk van de bijstand, ze leren de taal en proberen hun weg te vinden in Nederland. We weten dat statushouders vrij jong zijn, vaak onder de dertig. Dit betekent dat zij te maken krijgen met levensloopkeuzes zoals  trouwen en het krijgen van kinderen, wat weer een weerslag kan hebben voor hun kansen op de arbeidsmarkt, vooral voor vrouwen. Er zijn veel aannames, maar het precieze weten we er nog niet van.

Je licht de positie van vrouwelijke statushouders op de arbeidsmarkt uit in je onderzoek. Waarom is de positie van vrouwelijke statushouders slechter dan die van mannelijke statushouders?

Mannen komen vaak eerst naar een land, ze leren de taal en zoeken werk. Als dat eenmaal gelukt is komen de vrouwen in het algemeen pas. Dit betekent dat ze een aantal jaren achterlopen, qua taal en kennis over het land, op de mannen. Daarnaast hebben vrouwelijke statushouders minder vaak werkervaring opgedaan in het land van herkomst dan mannelijke statushouders.  Er zijn een aantal onderzoeken gedaan waar de rol van de gemeentes ten opzichte van statushouders werd verkend. Daaruit blijkt dat gemeentes zich, in de praktijk, bij gezinnen met een uitkering vaak uitsluitend richten op mannelijke statushouders. Zodra zij werk hebben, verdwijnt het gezin, en dus ook de vrouw, uit beeld.

Heb je al een idee hoe het beleid aangepast zou moeten worden om vrouwelijke statushouders op de arbeidsmarkt beter bij te staan? 

Waarschijnlijk zou het helpen als er meer maatwerk mogelijk is. Tijdens de jaren negentig was er ook een vluchtelingenstroom. Daar is onderzoek naar gedaan en traditionele genderrolpatronen, waarbij het gedachtegoed is dat vrouwen voor het huishouden zorgen en mannen voor het inkomen, zijn vaak aangehaald als verklaring  voor de slechtere positie van vrouwen. Daarnaast waren ze minder snel met de sociaal culturele integratie, wat ook een mogelijke verklaring is. We hebben daarvan geleerd, maar niet al die kennis wordt gebruikt in het huidige beleid.

Over de vluchtelingenstroom van 2015 is er minder kennis. Dat is eerst nodig om beleid te formuleren. In mijn onderzoek zal ik ook vrouwelijke statushouders interviewen en vragen waar zij tegenaan lopen en of zij zelf suggesties hebben hoe het beleid beter kan.

Foto van Instituut Gak-KNAW Award winnaar 2020 Roos van der Zwan

Foto van Roos van der Zwan

Wat voor verandering hoop jij te bewerkstelligen als je over drie jaar klaar bent met je onderzoek?

Ik hoop meer inzicht te hebben in de daadwerkelijke situatie van deze vrouwen en een beeld te hebben van het verschil tussen hoe vrouwelijke en mannelijke statushouders in Nederland leven. Daarnaast hoop ik meer te weten te komen over de invloed van levensloopgebeurtenissen op kansen op de arbeidsmarkt en daarin specifiek het algemene perspectief van de vrouw mee te nemen.

Tot slot, wat betekent het voor jou om de Instituut Gak-KNAW Award te winnen?

Ik heb hiervoor onderzoek gedaan naar integratie van Nederlanders met een migratieachtergrond, onder andere naar hun politieke integratie en over mensen met een arbeidsbeperking. Dit lijkt heel verschillend, maar het gaat allemaal over inclusie. Het winnen van de Award stelt mij in staat om een onderzoek in het verlengde daarvan te doen. Daar heb ik heel veel zin in.