KNAW pleit voor topinstituut voor Nederlands kunsthistorisch onderzoek

10 juni 2013

Voor een vitale toekomst van het Nederlandse kunsthistorisch onderzoek is meer samenwerking noodzakelijk tussen universiteiten, musea en andere instellingen op dit terrein. Om de samenhang in het veld, en daarmee de positie van het Nederlandse kunsthistorisch onderzoek, te versterken  pleit de KNAW voor een nationaal topcentrum waar kunsthistorici vanuit verschillende invalshoeken kunnen werken aan een gezamenlijke onderzoekagenda.

Een KNAW verkenningscommissie onder leiding van prof. Maarten Prak onderzocht bedreigingen en kansen voor het Nederlandse kunsthistorisch onderzoek, dat zowel wordt uitgevoerd binnen universiteiten als bij musea en rijksinstellingen. De bevindingen zijn samengebracht in het rapport Verschilzicht – Beweging in het kunsthistorisch onderzoek in Nederland.

Bevindingen

De KNAW verkenningscommissie concludeert dat de Nederlandse kunst internationaal een ‘sterk merk’ is, maar dat het kunsthistorisch onderzoek in Nederland onvoldoende gebruik maakt van die grote kwaliteit en reputatie van de Nederlandse kunst. Het ontbreken van een gezamenlijke stem en visie maakt de sector kwetsbaar voor bezuinigingen en ongunstige politiek-maatschappelijke ontwikkelingen. De versterkende wisselwerking tussen kunsthistorisch onderzoek binnen universiteiten en musea wordt nog onvoldoende benut.

Aanbevelingen

Om de positie van het Nederlandse kunsthistorisch onderzoek te versterken, is meer samenwerking nodig tussen nu geïsoleerd werkende onderzoekers aan universiteiten, musea en rijksdiensten. De gewenste samenwerking dient te worden ondersteund door beleid bij de universiteiten (meer ruimte voor interuniversitaire samenwerking), bij NWO (ook mogelijkheden voor musea om onderzoeksgeld te krijgen) en het ministerie van OCW (meer ruimte voor niet-economische kennisbenutting).

Topinstituut

Om de dynamiek in het kunsthistorisch onderzoek te versterken bepleit de KNAW het inrichten van een nationaal onderzoeksinstituut waar kunstgeschiedenis vanuit de volle breedte beoefend kan worden. Dat centrum zou bij voorkeur moeten worden gevestigd in de buurt van het Museumplein in Amsterdam, dat met drie topmusea een unieke locatie biedt. Het instituut zou te organiseren zijn rondom de bibliotheek en beeldcollectie van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD). Ook de landelijke Onderzoekschool Kunstgeschiedenis, waarvan methodologische vernieuwing wordt verwacht, zou hierin een plaats moeten krijgen. Meer synergie tussen universitair en museaal kunsthistorisch onderzoek vereist volgens de KNAW een effectievere aanwending van beschikbare middelen, maar geen omvangrijke aanvullende investeringen.

De KNAW verkenning Verschilzicht – Beweging in het kunsthistorisch onderzoek in Nederland is beschikbaar als pdf via de website van de KNAW of gratis op te vragen via div@knaw.nl.