Rathenau-rapport: 'Coördinatie publiek-privaat onderzoek in topsectoren vraagt om maatwerk'

11 januari 2013

De overheid moet de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) meer laten profiteren van ervaringen die in het verleden met publiek-privaat onderzoek zijn opgedaan. Nu moeten de TKI's te veel ieder het wiel opnieuw uitvinden. Dat concludeert het Rathenau Instituut in het rapport 'Coördinatie van publiek-privaat onderzoek: van variëteit naar maatwerk' dat vandaag wordt aangeboden aan Bertholt Leeftink, DG Bedrijfsleven en Innovatie van het ministerie van Economische Zaken.

Coördinatie van publiek-privaat onderzoek is nog een relatief nieuw fenomeen. Daarom is er nog weinig bekend over het functioneren en de effectiviteit van coördinerende organisaties zoals Bsik-consortia, nationale regieorganen en TKI's. Uit een analyse die het Rathenau Instituut heeft gemaakt van coördinatie van publiek-privaat onderzoek door verschillende typen intermediaire organisaties blijkt dat de coördinatieproblemen per sector verschillen. De ene sector kampt bijvoorbeeld met een kloof tussen de kennisvragen van bedrijven en het kennisaanbod van publieke onderzoeksinstellingen, in de andere sectoren is het onderzoek inhoudelijk versnipperd. Per sector is daarom een aanpak op maat nodig. Het kopiëren van een aanpak uit een andere sector is dus niet zonder meer mogelijk. Maar het is wel mogelijk om te leren van eerdere ervaringen - uit de eigen sector of uit andere sectoren.

Het Rathenau Instituut stimuleert de publieke en politieke meningsvorming over wetenschap en technologie. Daartoe doet het instituut onderzoek naar de organisatie en ontwikkeling van het wetenschapsysteem, publiceert het over maatschappelijke effecten van nieuwe technologieën, en organiseert het debatten over vraagstukken en dilemma’s op het gebied van wetenschap en technologie. Het instituut is beheersmatig ondergebracht bij de KNAW.