Stof in de hersenen zorgt voor betere waarneming van contrasten

19 april 2010

Bij ouderen en mensen met een lui oog kan het gezichtsvermogen slecht zijn terwijl er niets mis is met het oog. Onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen van de KNAW (NIN-KNAW) hebben aangetoond hoe een stof die zenuwcellen stimuleert in de hersenen (BDNF) hierbij een belangrijke rol kan spelen.

De ontdekking wordt vandaag gepubliceerd in het gezaghebbende tijdschrift Nature Neuroscience.

De onderzoeksgroep van Christiaan Levelt toonde aan dat als het deel van de hersenschors dat visuele informatie verwerkt minder goed op BDNF reageert, contrasten minder goed worden waargenomen. Dit wordt veroorzaakt doordat de signalen die zenuwcellen in de visuele schors elkaar dan geven veel lijken op de signalen die normaal gesproken worden opgewekt bij laag contrast. De onderzoekers konden met deze gegevens precies berekenen wat de consequenties waren voor de gezichtsscherpte.

Alexander Heimel is eerste auteur is van het artikel: 'Net als in de natuurkunde proberen wij hersenfuncties te beschrijven in modellen of wetten, zodat we voorspellingen kunnen doen over hoe de hersenen werken. Een belangrijk model uit de jaren negentig beschrijft hoe zenuwcellen in de visuele hersenschors reageren op visuele stimuli. De algemeen geldende opvatting is dat dit model niet van toepassing is op de relatie tussen gezichtsscherpte en contrastgevoeligheid in de visuele hersenschors. Wij laten zien dat dit wel degelijk het geval is. Door deze ontdekking kan beter voorspeld worden hoe informatieverwerking in de visuele schors plaatsvindt.'

De bevindingen kunnen leiden tot nieuwe therapieën voor het herstel van een slecht gezichtsvermogen ten gevolge van een lui oog of ouderdom.

Meer informatie

Christiaan Levelt en Alexander Heimel, NIN-KNAW, telefoon: 020 566 5359, e-mail: c.levelt@nin.knaw.nl.